Art. 3 Verordening (EU) 2019/876, Inwerkingtreding en datum van toepassing

Verordening (EU) 2019/876

1. Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

2. Deze verordening is van toepassing met ingang van 28 juni 2021, met de uitzonderingen die worden opgesomd in de leden 3 tot en met 8.

3. De volgende punten van artikel 1 van deze verordening zijn van toepassing met ingang van 27 juni 2019:

a) punt 1, dat de bepalingen betreffende het toepassingsgebied en betreffende de toezichtsbevoegdheden bevat;

b) punt 2, dat de definities bevat, tenzij zij uitsluitend betrekking hebben op bepalingen die overeenkomstig dit artikel met ingang van een andere datum van toepassing zijn, in welk geval zij van toepassing zijn met ingang van die andere datum;

c) punt 3, onder b), punt 6, onder c), punt 8, punt 9 wat betreft artikel 13 van Verordening (EU) nr. 575/2013, punt 12 wat betreft artikel 18, lid 1, tweede alinea, van Verordening (EU) nr. 575/2013, punten 14 tot en met 17, punten 19 tot en met 44, punt 47, en punten 128 en 129, die de bepalingen betreffende eigen vermogen en de bepalingen betreffende de invoering van de nieuwe vereisten voor eigen vermogen en in aanmerking komende passiva bevatten;

d) punt 9 wat betreft de bepalingen betreffende de gevolgen van de nieuwe in artikel 14 van Verordening (EU) nr. 575/2013 neergelegde securitisatieregels;

e) punt 57, dat de bepalingen betreffende de risicogewichten voor multilaterale ontwikkelingsbanken bevat, en punt 58, dat de bepalingen betreffende de risicogewichten voor internationale organisaties bevat;

f) punt 53 wat betreft artikel 104 ter van Verordening (EU) nr. 575/2013, punten 89 en 90, punt 118 wat betreft artikel 430 ter van Verordening (EU) nr. 575/2013, punt 124 en punt 143, die de bepalingen betreffende de rapportagevereisten voor marktrisico bevatten;

g) punt 130, dat de bepalingen betreffende de eigenvermogensvereisten voor blootstellingen met betrekking tot CTP's bevat;

h) punt 133 wat betreft de in artikel 500 van Verordening (EU) nr. 575/2013 neergelegde bepalingen betreffende verkopen van grote omvang;

i) punt 134 wat betreft artikel 501 ter van Verordening (EU) nr. 575/2013, dat de bepalingen betreffende de ontheffing van verslaggeving bevat;

j) punt 144, dat de bepalingen betreffende het nalevingsinstrument bevat;

k) de bepalingen op grond waarvan de Europese toezichthoudende autoriteiten of de ESRB bij de Commissie ontwerpen van technische reguleringsnormen of uitvoeringsnormen alsook verslagen moeten indienen, de bepalingen op grond waarvan de Commissie verslagen moet opstellen, de bepalingen die de Commissie de bevoegdheid verlenen gedelegeerde handelingen of uitvoeringshandelingen vast te stellen, de bepalingen over toetsing en wetgevingsvoorstellen, en de bepalingen op grond waarvan de Europese toezichthoudende autoriteiten richtsnoeren moeten uitvaardigen, namelijk punt 2, onder b); punt 12 wat betreft artikel 18, lid 9, van Verordening (EU) nr. 575/2013; punt 18, onder b); punt 31 wat betreft artikel 72 ter, lid 7, van Verordening (EU) nr. 575/2013; punt 38 wat betreft artikel 78 bis, lid 3, van Verordening (EU) nr. 575/2013; punt 57, onder b); punt 60 wat betreft artikel 124, leden 4 en 5, van Verordening (EU) nr. 575/2013; punt 63 wat betreft artikel 132 bis, lid 4, van Verordening (EU) nr. 575/2013; punt 67 wat betreft artikel 164, leden 8 en 9, van Verordening (EU) nr. 575/2013); punt 74 wat betreft artikel 277, lid 5, en artikel 279 bis, lid 3, van Verordening (EU) nr. 575/2013; punt 89 wat betreft artikel 325, lid 9, van Verordening (EU) nr. 575/2013; punt 90 wat betreft artikel 325 duovicies, lid 5, artikel 325 quatervicies, lid 8, artikel 325 terquadragies, lid 3, artikel 325 terquinquagies, leden 8 en 9, artikel 325 septquinquagies, lid 7, artikel 325 octoquinquagies, lid 3, artikel 325 novoquinquagies, lid 9, artikel 325 sexagies, lid 4, artikel 325 unsexagies, lid 3, artikel 325 quatersexagies, lid 3 en artikel 325 novosexagies, lid 12, van Verordening (EU) nr. 575/2013; punt 93 wat betreft artikel 390, lid 9, van Verordening (EU) nr. 575/2013;

punt 94; punt 96 wat betreft artikel 394, lid 4, van Verordening (EU) nr. 575/2013; punt 98, onder b); punt 104 wat betreft artikel 403, lid 4, van Verordening (EU) nr. 575/2013; punt 109, onder b); punt 111, onder b); punt 118 wat betreft artikel 430, leden 7 en 8, artikel 430 ter, lid 6 en artikel 430 quater van Verordening (EU) nr. 575/2013; punt 119 wat betreft artikel 432, leden 1 en 2, en artikel 434 bis van Verordening (EU) nr. 575/2013; punt 123; punt 124; punt 125; punt 134 wat betreft artikel 501 bis, leden 4 en 5, van Verordening (EU) nr. 575/2013; punt 135; punt 136; punt 137; punt 138; punt 139; punt 140; punt 141 wat betreft artikel 514, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013; punt 142; en punt 143.

Onverminderd punt f) van de eerste alinea zijn de bepalingen betreffende openbaarmaking en rapportage van toepassing met ingang van de datum van toepassing van het vereiste waarop de openbaarmaking of rapportage betrekking heeft.

4. De volgende punten van artikel 1 van deze verordening zijn van toepassing met ingang van 28 december 2020:

a) punt 6, onder a), punt 6, onder b), punt 6, onder d), en de punten 7 en 12 wat betreft artikel 18, lid 1, eerste alinea, en artikel 18, leden 2 tot en met 8, van Verordening (EU) nr. 575/2013, die de bepalingen betreffende prudentiële consolidatie bevatten;

b) punt 60, dat de bepalingen betreffende blootstellingen die gedekt zijn door hypotheken op onroerend goed bevat, punt 67, dat de bepalingen betreffende verlies bij wanbetaling bevat, en punt 122, dat de bepalingen betreffende op het niveau van een lidstaat geconstateerd macroprudentieel of systeemrisico bevat.

5. Punt 46, onder b), van artikel 1 van deze verordening, dat de bepalingen over de invoering van het nieuwe vereiste voor eigen vermogen voor MSI's bevat, is toepassing met ingang van 1 januari 2022.

6. Punt 53 wat betreft artikel 104 bis van Verordening (EU) nr. 575/2013, en punten 55 en 69 van artikel 1 van deze verordening, die de bepalingen betreffende de invoering van de nieuwe eigenvermogensvereisten voor marktrisico bevatten, zijn van toepassing met ingang van 28 juni 2023.

7. Punt 18 van artikel 1 van deze verordening wat betreft artikel 36, lid 1, punt b), van Verordening (EU) nr. 575/2013, dat de bepaling betreffende de vrijstelling van aftrekkingen van prudent gewaardeerde softwareactiva bevat, is van toepassing vanaf twaalf maanden na de datum van inwerkingtreding van de in artikel 36, lid 4, van die verordening bedoelde technische reguleringsnormen.

8. Punt 126 van artikel 1 van deze verordening, dat bepalingen betreffende de vrijstellingen van aftrekkingen van deelnemingen bevat, is retroactief van toepassing met ingang van 1 januari 2019.

Vorige artikelen