Art. 5, Vervangende certificaten
1. Bevoegde autoriteiten mogen alleen een vervangend certificaat afgeven als het oorspronkelijke certificaat administratieve fouten bevat of beschadigd of verloren is.
2. In het vervangende certificaat wordt de in het oorspronkelijke certificaat vermelde informatie over de identificatie, traceerbaarheid en gezondheidsgaranties van een zending niet gewijzigd.
3. Het vervangende certificaat:
a) bevat een duidelijke verwijzing naar de in artikel 89, lid 1, onder a), van Verordening (EU) 2017/625 bedoelde unieke code en de datum van afgifte van het oorspronkelijke certificaat alsook een duidelijke vermelding dat het het oorspronkelijke certificaat vervangt;
b) heeft een nieuw certificaatnummer dat verschilt van het nummer van het oorspronkelijke certificaat;
c) vermeldt de datum waarop het is afgegeven en niet de datum waarop het oorspronkelijke certificaat is afgegeven, en
d) wordt in zijn originele versie aan de bevoegde autoriteiten aangeboden, behalve in het geval van elektronische vervangende certificaten die via Imsoc worden ingediend.