Art. 34 Richtlijn (EU) 2019/2034, Toezicht op het beloningsbeleid
1. De lidstaten zorgen ervoor dat de bevoegde autoriteiten de overeenkomstig artikel 51, eerste alinea, onder c) en d), van Verordening (EU) 2019/2033 openbaargemaakte informatie alsmede de door beleggingsondernemingen verstrekte informatie over de loonkloof tussen mannen en vrouwen vergaren en die informatie gebruiken voor het benchmarken van trends en praktijken op het gebied van beloning.
De bevoegde autoriteiten verstrekken deze informatie aan EBA.
2. EBA gebruikt de overeenkomstig de leden 1 en 4 van de bevoegde autoriteiten ontvangen informatie voor het benchmarken van trends en praktijken inzake beloning op Unieniveau.
3. EBA verstrekt, in overleg met ESMA, richtsnoeren betreffende de toepassing van degelijk beloningsbeleid. In die richtsnoeren worden ten minste de vereisten van de artikelen 30 tot en met 33 en de in Aanbeveling 2009/384/EG neergelegde beginselen van degelijk beloningsbeleid in acht genomen.
4. De lidstaten zorgen ervoor dat beleggingsondernemingen de bevoegde autoriteiten informatie verstrekken over het aantal natuurlijke personen per beleggingsonderneming die een beloning van 1 miljoen EUR of meer per boekjaar, in beloningstranches van 1 miljoen EUR, ontvangen, met inbegrip van informatie over hun taakomschrijving, de betrokken bedrijfssector en de voornaamste elementen van salaris, bonussen, vergoedingen op lange termijn en pensioenbijdragen.
De lidstaten zorgen ervoor dat beleggingsondernemingen de bevoegde autoriteiten op verzoek het bedrag van de totale vergoeding van elk lid van het leidinggevende orgaan of de directie meedelen.
De bevoegde autoriteiten zenden de in de eerste en de tweede alinea bedoelde informatie toe aan EBA, die deze bekendmaakt in een gemeenschappelijk rapportageformaat op een naar lidstaat van herkomst geaggregeerde grondslag. EBA kan, in overleg met ESMA, richtsnoeren uitvaardigen om de toepassing van dit lid te vergemakkelijken en de consistentie van de vergaarde informatie te verzekeren.