Art. 31, Taken van distributiesysteembeheerders
1. De distributiesysteembeheerder is verantwoordelijk voor het waarborgen van het vermogen van het systeem op lange termijn om te voldoen aan een redelijke vraag naar de distributie van elektriciteit, en voor het beheren, onderhouden en ontwikkelen onder economische voorwaarden van een zeker, betrouwbaar en efficiënt elektriciteitsdistributiesysteem in zijn gebied, met inachtneming van het milieu en energie-efficiëntie.
2. De distributiesysteembeheerder mag in geen geval tussen gebruikers of categorieën systeemgebruikers discrimineren, met name niet ten gunste van verwante bedrijven.
3. De distributiesysteembeheerder verstrekt de systeemgebruikers de informatie die zij voor efficiënte toegang tot het systeem, inclusief gebruik ervan, nodig hebben.
4. Een lidstaat kan de distributiesysteembeheerder ertoe verplichten om bij het inschakelen van productie-installaties voorrang te geven aan productie-installaties die gebruikmaken van hernieuwbare bronnen of hoogrenderende warmtekrachtkoppeling overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EU) 2019/943.
5. Distributiesysteembeheerders fungeren als neutrale marktfacilitators door de energie in te kopen die zij gebruiken om energieverliezen te dekken en te voorzien in de niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten in hun systeem, volgens transparante, niet-discriminerende en marktgebaseerde procedures, wanneer zij deze functie vervullen.
6. Wanneer een distributiesysteembeheerder verantwoordelijk is voor de aankoop van producten en diensten die nodig zijn voor een efficiënt, betrouwbaar en veilig beheer van het distributiesysteem, zijn de regels die hij daartoe vaststelt objectief, transparant en niet-discriminerend, en worden deze opgesteld in overleg met de transmissiesysteembeheerders en andere relevante marktdeelnemers. De voorwaarden, met inbegrip van de regels en tarieven voor het verstrekken van dergelijke producten en diensten aan distributiesysteembeheerders, indien van toepassing, worden overeenkomstig artikel 59, lid 7, vastgesteld op niet-discriminerende wijze en waarin de kosten worden weerspiegeld. Deze voorwaarden worden gepubliceerd.
7. Bij het verrichten van de in lid 6 bedoelde taken koopt de distributiesysteembeheerder de niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten aan die nodig zijn voor zijn systeem, volgens transparante, niet-discriminerende en marktgerichte procedures, tenzij de regulerende instantie tot het oordeel is gekomen dat de marktgebaseerde verlening van niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten economisch niet efficiënt is en een afwijking heeft toegestaan. De verplichting om niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten in te kopen is niet van toepassing op volledig geïntegreerde netwerkcomponenten.
8. Bij de aankoop van de in lid 6 bedoelde producten en diensten wordt de effectieve deelname van alle in aanmerking komende marktdeelnemers, waaronder marktdeelnemers die energie uit hernieuwbare bronnen aanbieden, marktdeelnemers die aan vraagrespons doen, exploitanten van energieopslagfaciliteiten en marktdeelnemers die aan aggregatie doen, gewaarborgd, met name door van regulerende instanties en distributiesysteembeheerders, in nauwe samenwerking met alle marktdeelnemers, alsmede transmissiesysteembeheerders, te verlangen dat zij technische vereisten voor deelname aan deze markten opstellen op basis van de technische kenmerken van die markten en de mogelijkheden van alle marktdeelnemers.
9. Distributiesysteembeheerders werken samen met transmissiesysteembeheerders voor de effectieve deelname van met hun net verbonden marktdeelnemers op de detailhandels-, groothandels- en balanceringsmarkten. Over de levering van balanceringsdiensten die voortvloeien uit bronnen in het distributienet wordt met de desbetreffende transmissiesysteembeheerder overeenstemming bereikt overeenkomstig artikel 57 van Verordening (EU) 2019/943 en artikel 182 van Verordening (EU) 2017/1485 van de Commissie (24).
10. Lidstaten of de door hen aangewezen bevoegde instanties kunnen distributiesysteembeheerders toestaan activiteiten te verrichten anders dan genoemd in deze richtlijn en in Verordening (EU) 2019/943 indien deze activiteiten nodig zijn voor de distributiesysteembeheerders om aan hun verplichtingen krachtens deze richtlijn of Verordening (EU) 2019/943 te voldoen, mits de regulerende instantie tot de noodzaak van een dergelijke afwijking heeft beoordeeld is. Dit lid laat het recht van de distributiesysteembeheerder om netwerken die geen elektriciteitsnetwerken zijn te bezitten, te ontwikkelen, te beheren of te exploiteren onverlet, indien de lidstaat of de aangewezen bevoegde instantie een dergelijk recht heeft verleend.