Art. 4 Richtlijn (EU) 2019/904, Consumptievermindering

Richtlijn (EU) 2019/904

1. De lidstaten treffen de maatregelen die nodig zijn om tot een ambitieuze en aanhoudende consumptievermindering te komen van de in deel A van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik, in overeenstemming met de algemene doelstellingen van het afvalbeleid van de Unie, met name afvalpreventie, die de trend van toenemende consumptie in aanzienlijke mate moet ombuigen. Met deze maatregelen wordt op het grondgebied van de lidstaat in 2026 een meetbare kwantitatieve consumptievermindering ten opzichte van 2022 bereikt van de in deel A van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik.

De lidstaten stellen uiterlijk op 3 juli 2021 een overzicht op van de maatregelen die zij krachtens de eerste alinea hebben genomen, brengen dat ter kennis van de Commissie en maken dat openbaar. De in het overzicht vermelde maatregelen worden in de in artikel 11 bedoelde plannen of programma’s verwerkt bij de eerste daaropvolgende actualisering van die plannen of programma’s, overeenkomstig de desbetreffende wetgevingshandelingen van de Unie die op deze plannen of programma’s van toepassing zijn, of in enig programma dat speciaal voor dat doel is opgesteld.

De maatregelen kunnen de vorm aannemen van nationale doelstellingen voor consumptievermindering, maatregelen om ervoor te zorgen dat de eindconsument bij verkooppunten herbruikbare alternatieven voor de in deel A van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik vindt, economische maatregelen zoals ervoor zorgen dat verkooppunten kunststofproducten voor eenmalig gebruik niet gratis aan de eindconsument aanbieden, of overeenkomsten als bedoeld in artikel 17, lid 3. Om te voorkomen dat deze producten als zwerfafval eindigen door ervoor te zorgen dat deze producten vervangen worden door alternatieven die herbruikbaar zijn of geen kunststoffen bevatten, kunnen de lidstaten marktbeperkingen opleggen in afwijking van artikel 18 van Richtlijn 94/62/EG. Welke maatregel wordt toegepast, hangt af van de effecten op het milieu van die kunststofproducten voor eenmalig gebruik gedurende hun levenscyclus, ook wanneer ze als zwerfafval eindigen.

De krachtens dit lid vastgestelde maatregelen zijn proportioneel en niet-discriminerend. De lidstaten stellen overeenkomstig Richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad (23), de Commissie van die maatregelen in kennis, voor zover die richtlijn zulks voorschrijft.

Ter naleving van de eerste alinea van dit lid monitort elke lidstaat de in deel A van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik die in de handel worden gebracht en de maatregelen ter vermindering van die producten, en brengt hij overeenkomstig lid 2 van dit artikel en artikel 13, lid 1, verslag uit aan de Commissie over de voortgang, met het oog op het vaststellen van bindende kwantitatieve doelstellingen voor consumptievermindering op EU-niveau.

2. De Commissie stelt uiterlijk op 3 januari 2021 een uitvoeringshandeling vast met de methode voor de berekening en de verificatie van de ambitieuze en aanhoudende consumptievermindering van de in deel A van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik. Die uitvoeringshandeling wordt volgens de in artikel 16, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Vorige artikelen

Volgende artikelen