Art. 15 Richtlijn (EU) 2019/904, Evaluatie en toetsing

Richtlijn (EU) 2019/904

1. De Commissie evalueert deze richtlijn uiterlijk op 3 juli 2027. De evaluatie vindt plaats op basis van de beschikbare informatie in overeenstemming met artikel 13. De lidstaten verstrekken de Commissie alle bijkomende informatie die nodig is voor de evaluatie en voor de voorbereiding van het in lid 2 van dit artikel bedoelde verslag.

2. De Commissie legt een overeenkomstig lid 1 opgesteld verslag met de belangrijkste bevindingen van de evaluatie voor aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité. Dat verslag gaat, indien nodig, vergezeld van een wetgevingsvoorstel. In dat voorstel worden indien nodig bindende kwantitatieve doelstellingen voor consumptievermindering en bindende inzamelingspercentages voor vistuigafval vastgesteld.

3. Het verslag bevat:

a) een beoordeling van de noodzaak van een herziening van de bijlage met de lijst van kunststofproducten voor eenmalig gebruik, met inbegrip van kunststoffen doppen en deksels die voor glazen en metalen drankverpakkingen worden gebruikt;

b) een haalbaarheidsstudie over het vaststellen op Unieniveau van bindende inzamelingspercentages voor vistuigafval en bindende kwantitatieve doelstellingen voor consumptievermindering van, in het bijzonder, de in deel A van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik, met inachtneming van de consumptieniveaus van de lidstaten en de daar reeds verwezenlijkte verminderingen;

c) een beoordeling van de vraag of in de kunststofproducten voor eenmalig gebruik die onder deze richtlijn vallen, andere materialen worden gebruikt, of zich nieuwe consumptiepatronen voordoen en of zich bedrijfsmodellen op basis van herbruikbare alternatieven aandienen; dit omvat waar mogelijk een analyse van de gehele levenscyclus, om de effecten op het milieu van deze producten en hun alternatieven te kunnen beoordelen, en

d) een beoordeling van de wetenschappelijke en technische vorderingen inzake criteria of inzake een norm voor bioafbreekbaarheid in het mariene milieu die toepasbaar zijn op kunststofproducten voor eenmalig gebruik die onder deze richtlijn vallen, en op hun vervangingsproducten voor eenmalig gebruik, die ervoor zorgen dat zij zodanig snel en volledig afbreken tot kooldioxide (CO2), biomassa en water, dat de kunststoffen niet schadelijk zijn voor het mariene leven en niet leiden tot een ophoping van kunststoffen in het milieu.

4. Als onderdeel van de evaluatie op grond van lid 1, toetst de Commissie de maatregelen die met betrekking tot de in deel E, afdeling III, van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik uit hoofde van deze richtlijn zijn genomen, en legt zij, een verslag met haar belangrijkste bevindingen voor. Het verslag bestrijkt tevens de opties voor bindende maatregelen inzake de vermindering van het afval na consumptie van de in deel E, afdeling III, van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik, waaronder de mogelijkheid van bindende inzamelingspercentages voor dat afval na consumptie. Indien nodig gaat het verslag vergezeld van een wetgevingsvoorstel.

Vorige artikelen

Volgende artikelen