Art. 16 Richtlijn (EU) 2019/1, Dwangsommen

Richtlijn (EU) 2019/1

1. De lidstaten zien erop toe dat de nationale administratieve mededingingsautoriteiten bij besluit aan ondernemingen en ondernemingsverenigingen doeltreffende, evenredige en afschrikkende dwangsommen kunnen opleggen. Dergelijke dwangsommen worden bepaald in verhouding tot de gemiddelde totale wereldwijde omzet per dag van zulke ondernemingen of ondernemingsverenigingen in het voorafgaande boekjaar en worden berekend vanaf de datum die in dat besluit bepaald wordt, dit om de ondernemingen of ondernemingsverenigingen er minstens toe te verplichten:

a) volledige en juiste informatie te verstrekken als reactie op een verzoek zoals bedoeld in artikel 8,

b) te verschijnen voor een verhoor als bedoeld in artikel 9.

2. De lidstaten zien erop toe dat de nationale mededingingsautoriteiten bij besluit aan ondernemingen en ondernemingsverenigingen doeltreffende, evenredige en afschrikkende dwangsommen kunnen opleggen. Dergelijke dwangsommen worden bepaald in verhouding tot de gemiddelde totale wereldwijde omzet per dag van dergelijke ondernemingen en ondernemingsverenigingen tijdens het voorafgaande boekjaar en worden berekend vanaf de datum die in dat besluit bepaald wordt, dit om hen er minstens toe te verplichten:

a) zich te onderwerpen aan een inspectie als bedoeld in artikel 6, lid 2;

b) een besluit als bedoeld in de artikelen 10, 11 en 12 na te leven.