Art. 8 Verordening (EU) 2018/1971, Onafhankelijkheid van de raad van regulators
1. Bij de uitoefening van de aan hem toebedeelde taken, en onverminderd het feit dat zijn leden namens hun respectieve NRI’s handelen, handelt de raad van regulators onafhankelijk en objectief in het belang van de Unie, ongeacht enige specifieke nationale of persoonlijke belangen.
2. Onverminderd de in artikel 3, lid 6, bedoelde coördinatie, vragen noch aanvaarden de leden van de raad van regulators en hun plaatsvervangers instructies van een regering, instelling, persoon of orgaan.