Art. 53 Verordening (EU) 2018/1862, Toetsingstermijn voor signaleringen van personen

Verordening (EU) 2018/1862

1. Signaleringen van personen worden niet langer bewaard dan nodig is voor het met de invoering nagestreefde doel.

2. Een lidstaat mag een signalering voor een persoon voor de in artikel 26 en in artikel 32, lid 1, onder a) en b), genoemde doelstellingen, invoeren voor een periode van vijf jaar. De signalerende lidstaat toetst binnen deze periode van vijf jaar of de signalering moet worden gehandhaafd.

3. Een lidstaat mag een signalering voor een persoon voor de in artikelen 34 en 40 van deze verordening genoemde doelstellingen invoeren voor een periode van drie jaar. De signalerende lidstaat toetst binnen deze periode van drie jaar of de signalering moet worden gehandhaafd.

4. Een lidstaat mag een signalering voor een persoon voor de in artikel 32, lid 1, onder c), d) en e), en in artikel 36 van deze verordening genoemde doelstellingen, invoeren voor een periode van één jaar. De signalerende lidstaat toetst binnen deze periode van één jaar of de signalering moet worden gehandhaafd.

5. In voorkomend geval stelt elke lidstaat overeenkomstig zijn nationaal recht kortere toetsingstermijnen vast.

6. Vóór het verstrijken van de in de leden 2, 3 en 4 bedoelde toetsingstermijn kan de signalerende lidstaat, op grond van een grondige individuele beoordeling die wordt geregistreerd, besluiten de signalering langer dan de toetsingstermijn te handhaven indien dit noodzakelijk blijkt voor en evenredig is aan het met de signalering nagestreefde doel. In een dergelijk geval zijn de leden 2, 3 of 4 tevens van toepassing op de verlenging. Iedere verlenging wordt doorgegeven aan CS-SIS.

7. Na afloop van de in de leden 2, 3 en 4 bedoelde toetsingstermijn worden signaleringen voor personen automatisch gewist, behalve wanneer de signalerende lidstaat ingevolge lid 6 een verlenging aan CS-SIS heeft doorgegeven. CS-SIS stelt de signalerende lidstaat vier maanden op voorhand automatisch in kennis van de geplande wissing van gegevens.

8. De lidstaten houden statistieken bij van het aantal signaleringen voor personen waarvan de bewaartermijn overeenkomstig lid 6 van dit artikel is verlengd, en zij zenden die statistieken op verzoek toe aan de in artikel 69 bedoelde toezichthoudende autoriteiten.

9. Zodra een SIRENE-bureau constateert dat een signalering van een persoon haar doel heeft bereikt en derhalve moet worden gewist, stelt het de autoriteit die de signalering heeft ingevoerd, daarvan onmiddellijk in kennis. Uiterlijk 15 kalenderdagen na ontvangst van deze kennisgeving antwoordt de autoriteit dat de signalering is of zal worden gewist, of motiveert zij waarom de signalering wordt bewaard. Indien binnen de periode van 15 dagen niet in die zin wordt geantwoord, zorgt het SIRENE-bureau ervoor dat de signalering wordt gewist. Indien het nationaal recht dit toestaat, wordt de signalering gewist door het SIRENE-bureau. SIRENE-bureaus melden hun toezichthoudende autoriteit herhaaldelijke kwesties die zij tegenkomen wanneer zij overeenkomstig dit lid handelen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen