Art. 24 Verordening (EU) 2018/1862, Algemene bepalingen betreffende markering
1. Wanneer een lidstaat van oordeel is dat gevolg geven aan een overeenkomstig de artikelen 26, 32 of 36 ingevoerde signalering onverenigbaar is met zijn nationaal recht, internationale verplichtingen of wezenlijke nationale belangen, kan hij verlangen dat de signalering wordt gemarkeerd, zodat de op grond van de signalering gevraagde actie op zijn grondgebied niet wordt uitgevoerd. De markering wordt aangebracht door het SIRENE-bureau van de signalerende lidstaat.
2. Teneinde de lidstaten in staat te stellen te verlangen dat overeenkomstig artikel 26 een markering wordt aangebracht in een signalering, worden zij door de uitwisseling van aanvullende informatie automatisch in kennis gesteld van elke nieuwe signalering van die categorie.
3. Indien een signalerende lidstaat in zeer dringende en ernstige gevallen om uitvoering van de actie verzoekt, gaat de uitvoerende lidstaat na of hij kan toestaan dat de op zijn verzoek aangebrachte markering wordt ingetrokken. Indien dat het geval is, neemt de uitvoerende lidstaat de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de gevraagde actie onmiddellijk kan worden uitgevoerd.