Art. 54 Verordening (EU) 2018/1861, Rechtsmiddelen
1. Onverminderd de bepalingen inzake rechtsmiddelen van Verordening (EU) 2016/679 en Richtlijn (EU) 2016/680 heeft eenieder het recht om naar aanleiding van een hem betreffende signalering bij elk naar het nationale recht van elke lidstaat bevoegde instantie, waaronder de rechter, beroep in te stellen met het oog op inzage, rectificatie, wissing en op het verkrijgen van informatie of schadevergoeding in verband met zijn signalering.
2. De lidstaten verbinden zich ertoe onherroepelijke beslissingen van de in lid 1 van dit artikel bedoelde rechter of instantie wederzijds ten uitvoer te leggen, onverminderd artikel 58.
3. De lidstaten brengen jaarlijks aan het Europees Comité voor gegevensbescherming verslag uit over:
a) het aantal inzageverzoeken dat bij de verwerkingsverantwoordelijke is ingediend, en het aantal gevallen waarin inzage in de gegevens is gegeven;
b) het aantal inzageverzoeken dat bij de toezichthoudende autoriteit is ingediend, en het aantal gevallen waarin inzage in de gegevens is gegeven;
c) het aantal verzoeken om rectificatie van onjuiste gegevens en om wissing van onrechtmatig opgeslagen gegevens dat bij de verwerkingsverantwoordelijke is ingediend, en het aantal gevallen waarin de gegevens zijn gerectificeerd of gewist;
d) het aantal verzoeken om rectificatie van onjuiste gegevens en wissing van onrechtmatig opgeslagen gegevens dat bij de toezichthoudende autoriteit is ingediend;
e) het aantal aanhangig gemaakte rechtszaken;
f) het aantal zaken waarin de rechter de verzoeker in het gelijk heeft gesteld;
g) opmerkingen over zaken waarin ten aanzien van een door de signalerende lidstaat ingevoerde signalering een onherroepelijke beslissing door een rechter of instantie van andere lidstaten is vastgesteld die wederzijds is erkend.
De Commissie stelt een model op voor de in dit lid bedoelde verslaglegging.
4. De verslagen van de lidstaten worden in het in artikel 57, lid 4, bedoelde gemeenschappelijk verslag opgenomen.