Art. 50 Verordening (EU) 2018/1726, Fraudebestrijding
1. Met het oog op de bestrijding van fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten zijn Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 en Verordening (EU) 2017/1939 van toepassing.
2. Het Agentschap treedt toe tot het Interinstitutioneel Akkoord van 25 mei 1999 betreffende de interne onderzoeken verricht door OLAF en stelt op basis van het model in de bijlage bij dat akkoord onmiddellijk passende regels op die op alle personeelsleden van het Agentschap van toepassing zijn.
3. De Rekenkamer is bevoegd om audits te verrichten, op basis van documenten en verificaties ter plaatse, bij alle begunstigden, contractanten en subcontractanten die middelen van de Unie hebben ontvangen van het Agentschap.
4. OLAF kan overeenkomstig de bepalingen en procedures van Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 en Verordening (EG, Euratom) nr. 2185/96 van de Raad (49) onderzoeken instellen, met inbegrip van controles en verificaties ter plaatse, om vast te stellen of er sprake is geweest van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten in verband met een door het Agentschap gefinancierde subsidie of overeenkomst, waardoor de financiële belangen van de Unie zijn geschaad.
5. Onverminderd de leden 1, 2, 3 en 4 bevatten contracten, subsidieovereenkomsten en subsidiebesluiten van het Agentschap bepalingen die de Rekenkamer, OLAF en het EOM uitdrukkelijk machtigen om dergelijke controles en onderzoeken te verrichten, overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden.