Art. 41 Verordening (EU) 2018/1726, Samenwerking met instellingen, organen en instanties van de Unie
1. Voor aangelegenheden die onder deze verordening vallen, werkt het Agentschap samen met de Commissie, andere instellingen van de Unie en andere organen en instanties van de Unie, met name die welke zijn ingesteld op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht, en in het bijzonder het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten, om onder meer te zorgen voor coördinatie en besparingen op de uitgaven, om duplicatie te voorkomen en om synergie en complementariteit met betrekking tot hun activiteiten te bevorderen.
2. Het Agentschap werkt samen met de Commissie in het kader van werkafspraken tot vaststelling van operationele werkmethoden.
3. Indien nodig, raadpleegt het Agentschap het Europees Agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging en volgt het de aanbevelingen van dat agentschap met betrekking tot netwerk- en informatiebeveiliging op.
4. De samenwerking met de organen en instanties van de Unie vindt plaats in het kader van werkafspraken. De raad van bestuur bekrachtigt deze afspraken, rekening houdend met het advies van de Commissie. Indien het Agentschap het advies van de Commissie niet volgt, licht het zijn redenen daarvoor toe. In deze werkafspraken kan erin worden voorzien dat meerdere agentschappen, binnen de grenzen van hun respectieve mandaten, onverlet hun kerntaken en waar dit gezien de nabijheid van de locaties of op basis van het beleidsgebied mogelijk is, gezamenlijk gebruikmaken van diensten. In dergelijke werkafspraken kan een mechanisme voor kostendekking worden vastgesteld.
5. De instellingen, organen en instanties van de Unie gebruiken van het Agentschap ontvangen informatie uitsluitend binnen de grenzen van hun bevoegdheden en met inachtneming van de grondrechten, met inbegrip van de voorschriften inzake gegevensbescherming. Verdere doorgifte of andere communicatie van door het Agentschap verwerkte persoonsgegevens aan andere instellingen, organen en instanties van de Unie wordt afhankelijk gesteld van specifieke werkafspraken over de uitwisseling van persoonsgegevens en van voorafgaande toestemming door de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming. Elke doorgifte van persoonsgegevens door het Agentschap vindt plaats in overeenstemming met de artikelen 35 en 36. Wat de behandeling van gerubriceerde informatie betreft, houden dergelijke werkafspraken in dat de betrokken instelling of instantie of het betrokken orgaan van de Unie handelt volgens beveiligingsvoorschriften en -normen die gelijkwaardig zijn aan die welke door het Agentschap worden toegepast.