Art. 282 Verordening (EU) 2018/1046, Inwerkingtreding en toepassing
1. Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
2. Zij is van toepassing vanaf 2 augustus 2018.
3. In afwijking van lid 2 van dit artikel:
a) zijn artikel 271, lid 1, onder a), artikel 272, lid 2, artikel 272, lid 10, onder a), artikel 272, lid 11, onder b), i), onder c), d) en e), artikel 272, lid 12, onder a), onder b), i), en onder c), artikel 272, lid 14, onder c), artikel 272, leden 15, 17, 18, 22 en 23, artikel 272, lid 26, onder d), artikel 272, lid 27, onder a), i), artikel 272, leden 53 en 54, artikel 272, lid 55, onder b), i), artikel 273, lid 3, artikel 276, lid 2, en artikel 276, lid 4, onder b), van toepassing met ingang van 1 januari 2014;
b) zijn artikel 272, lid 11, onder a) en f), artikel 272, lid 13, artikel 272, lid 14, onder b), artikel 272, lid 16, artikel 272, lid 19, onder a), en artikel 274, lid 3, van toepassing met ingang van 1 januari 2018;
c) zijn de artikelen 6 tot en met 60, 63 tot en met 68, 73 tot en met 207, 241 tot en met 253 en 264 tot en met 268 van toepassing met ingang van 1 januari 2019 wat betreft de uitvoering van de administratieve kredieten van de instellingen van de Unie; dit laat punt h) van dit lid onverlet;
d) zijn artikel 2, punt 4, de artikelen 208 tot en met 211 en artikel 214, lid 1, slechts van toepassing op begrotingsgaranties en financiële bijstand vanaf de datum van toepassing van het meerjarig financieel kader voor de periode na 2020;
e) is artikel 250 slechts van toepassing op begrotingsgaranties, financiële bijstand en voorwaardelijke verplichtingen vanaf de datum van toepassing van het meerjarig financieel kader voor de periode na 2020;
f) zijn artikel 2, punt 6, artikel 21, lid 3, onder f), artikel 41, lid 4, onder l), artikel 62, lid 2, artikel 154, leden 1 en 2, artikel 155, leden 1 tot en met 4 en artikel 159 slechts van toepassing op begrotingsgaranties vanaf de datum van toepassing van het meerjarig financieel kader voor de periode na 2020;
g) zijn artikel 2, punten 9, 15, 32 en 39, artikel 30, lid 1, onder g), artikel 41, lid 5, artikel 110, lid 3, onder h), artikel 115, lid 2, onder c), de artikelen 212 en 213, artikel 214, lid 2, en de artikelen 218, 219 en 220 slechts van toepassing vanaf de datum van toepassing van het meerjarig financieel kader voor de periode na 2020;
h) worden de informatie over het jaarlijks gemiddelde voltijdsequivalenten als bedoeld in artikel 41, lid 3, onder b), iii), en de informatie over het geraamde bedrag van bestemmingsontvangsten die worden overgedragen van voorgaande jaren als bedoeld in artikel 41, lid 8, onder b), voor het eerst bij de in 2021 in te dienen ontwerpbegroting verstrekt.