Art. 246 Verordening (EU) 2018/1046, Goedkeuring van de definitieve geconsolideerde rekeningen
1. De Rekenkamer formuleert uiterlijk op 1 juni haar opmerkingen over de voorlopige rekeningen van de andere instellingen van de Unie dan de Commissie, en van elk van de in artikel 241 bedoelde organen, en uiterlijk op 15 juni haar opmerkingen over de voorlopige rekeningen van de Commissie en de geconsolideerde voorlopige rekeningen van de Unie.
2. De rekenplichtigen van de andere instellingen van de Unie dan de Commissie en van de in artikel 241 bedoelde organen zenden uiterlijk op 15 juni de vereiste boekhoudinformatie toe aan de rekenplichtige van de Commissie, op de wijze en in het formaat die door die laatste zijn vastgesteld, met het oog op de opstelling van de definitieve geconsolideerde rekeningen.
De andere instellingen van de Unie dan de Commissie en elk van de in artikel 241 bedoelde organen zenden uiterlijk op 1 juli hun definitieve rekeningen toe aan het Europees Parlement, aan de Raad, aan de Rekenkamer en aan de rekenplichtige van de Commissie.
3. De rekenplichtige van elke instelling van de Unie en van elk in artikel 241 bedoeld orgaan zendt op dezelfde dag als die waarop hij de definitieve rekeningen toezendt, een begeleidende brief („representation letter”) betreffende die definitieve rekeningen toe aan de Rekenkamer, met kopie aan de rekenplichtige van de Commissie.
De definitieve rekeningen gaan vergezeld van een nota van de rekenplichtige waarin deze verklaart dat de definitieve rekeningen zijn opgesteld overeenkomstig deze titel en de in de opmerkingen bij de financiële staten beschreven toepasselijke boekhoudbeginselen, -regels en -methoden.
4. De rekenplichtige van de Commissie stelt op grond van de informatie die de andere instellingen van de Unie dan de Commissie en de in artikel 241 bedoelde organen overeenkomstig lid 2 van dit artikel hebben verstrekt, de definitieve geconsolideerde rekeningen op.
De definitieve geconsolideerde rekeningen gaan vergezeld van een nota van de rekenplichtige van de Commissie waarin deze verklaart dat de definitieve geconsolideerde rekeningen zijn opgesteld overeenkomstig deze titel en de in de opmerkingen bij de financiële staten beschreven toepasselijke boekhoudbeginselen, -regels en -methoden.
5. De Commissie keurt de definitieve geconsolideerde rekeningen en haar eigen definitieve rekeningen goed en zendt deze uiterlijk op 31 juli langs elektronische weg toe aan het Europees Parlement, aan de Raad en aan de Rekenkamer.
De rekenplichtige van de Commissie zendt op dezelfde dag een begeleidende brief („representation letter”) betreffende die definitieve geconsolideerde rekeningen toe aan de Rekenkamer.
6. De definitieve geconsolideerde rekeningen worden uiterlijk op 15 november in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt, vergezeld van de betrouwbaarheidsverklaring die door de Rekenkamer wordt verstrekt overeenkomstig artikel 287 VWEU en artikel 106 bis van het Euratom-Verdrag.