Art. 165 Verordening (EU) 2018/1046, Interinstitutionele aanbesteding en gezamenlijke aanbesteding

Verordening (EU) 2018/1046

1. Indien een overeenkomst of een raamovereenkomst van belang is voor twee of meer instellingen van de Unie, uitvoerende agentschappen of organen van de Unie in de zin van de artikelen 70 en 71 en zulks de efficiëntie ten goede kan komen, kunnen de betrokken aanbestedende diensten de procedure en het beheer van de daaruit voortvloeiende overeenkomst of raamovereenkomst op interinstitutionele basis uitvoeren onder de leiding van een van de aanbestedende diensten.

De organen en personen aan wie de uitvoering van specifieke acties in het GBVB overeenkomstig titel V van het VEU is toevertrouwd, alsmede de secretaris van de Raad van bestuur van de Europese Scholen kunnen ook aan de interinstitutionele procedures deelnemen.

De voorwaarden van een raamovereenkomst zijn alleen van toepassing tussen de aanbestedende diensten die in de aanbestedingsstukken met het oog daarop zijn aangewezen, en de ondernemers die partij zijn bij de raamovereenkomst.

2. Indien een overeenkomst of raamovereenkomst nodig is voor de uitvoering van een gezamenlijke actie van een instelling van de Unie en een of meer aanbestedende diensten van lidstaten, kan de aanbestedingsprocedure gezamenlijk door die instelling van de Unie en de aanbestedende diensten worden uitgevoerd.

Gezamenlijke aanbesteding mag plaatsvinden met de EVA-staten, alsmede met de kandidaat-lidstaten van de Unie, indien die mogelijkheid uitdrukkelijk is vastgelegd in een bilateraal of multilateraal verdrag.

De voor de instellingen van de Unie geldende procedurele bepalingen van toepassing op de gezamenlijke aanbesteding.

Indien het aandeel van, of beheerd door, de aanbestedende dienst van een lidstaat in de geraamde totale waarde van de overeenkomst gelijk is aan of hoger is dan 50 %, of in naar behoren gemotiveerde gevallen, kan de instelling van de Unie besluiten dat de voor de aanbestedende dienst van een lidstaat geldende procedurele bepalingen op de gezamenlijke aanbesteding van toepassing zijn, op voorwaarde dat die bepalingen als gelijkwaardig met die van de instelling van de Unie kunnen worden beschouwd.

De instelling van de Unie en de aanbestedende dienst van een lidstaat, een EVA-staat of een kandidaat-lidstaat van de Unie die bij de gezamenlijke aanbesteding betrokken zijn, maken met name afspraken over de praktische nadere regelingen voor de evaluatie van de verzoeken tot deelname of van de inschrijvingen, de gunning van de overeenkomst, het recht dat op de overeenkomst van toepassing is, en de in geval van geschil bevoegde rechter.

Vorige artikelen

Volgende artikelen