Art. 3 Verordening (EU) 2018/858, Definities

Verordening (EU) 2018/858

Voor de toepassing van deze verordening en de in bijlage II genoemde regelgevingshandelingen gelden, tenzij daarin anders bepaald, de volgende definities:

1. „typegoedkeuring”: de procedure waarbij een goedkeuringsinstantie certificeert dat een type voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid aan de toepasselijke bestuursrechtelijke bepalingen en technische voorschriften voldoet;

2. „EU-typegoedkeuring”: de procedure waarbij een goedkeuringsinstantie certificeert dat een type voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid aan de toepasselijke bestuursrechtelijke bepalingen en technische voorschriften van deze verordening voldoet;

3. „nationale typegoedkeuring”: de procedure waarbij een goedkeuringsinstantie certificeert dat een type voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid aan de toepasselijke bestuursrechtelijke bepalingen en technische voorschriften van het recht van een lidstaat voldoet, waarbij de geldigheid van de goedkeuring beperkt is tot het grondgebied van die lidstaat;

4. „typegoedkeuringscertificaat”: het document waarmee de goedkeuringsinstantie officieel certificeert dat voor een type voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid typegoedkeuring is verleend;

5. „certificaat van overeenstemming”: het document dat door de fabrikant wordt afgegeven en dat certificeert dat een geproduceerd voertuig in overeenstemming is met het goedgekeurde voertuigtype en voldoet aan alle regelgevingshandelingen die van toepassing waren ten tijde van productie;

6. „individuele goedkeuring van een voertuig”: de procedure waarbij een goedkeuringsinstantie certificeert dat een bepaald, al dan niet uniek, voertuig aan de toepasselijke bestuursrechtelijke bepalingen en technische voorschriften voor individuele EU-goedkeuring van een voertuig of nationale individuele goedkeuring van een voertuig voldoet;

7. „typegoedkeuring van een geheel voertuig”: de procedure waarbij een goedkeuringsinstantie certificeert dat een incompleet, compleet of voltooid voertuigtype aan de toepasselijke bestuursrechtelijke bepalingen en technische voorschriften voldoet;

8. „meerfasentypegoedkeuring”: de procedure waarbij een of meer goedkeuringsinstanties certificeren dat een incompleet of voltooid type voertuig, naargelang zijn staat van voltooiing, aan de toepasselijke bestuursrechtelijke bepalingen en technische voorschriften voldoet;

9. „stapsgewijze typegoedkeuring”: de procedure die bestaat uit het stapsgewijs verzamelen van de hele reeks EU-typegoedkeuringscertificaten of VN-typegoedkeuringscertificaten voor de systemen, onderdelen en technische eenheden die deel uitmaken van het voertuig, en die uiteindelijk resulteert in de typegoedkeuring van het gehele voertuig;

10. „eenstapstypegoedkeuring”: de procedure waarbij een goedkeuringsinstantie in één handeling certificeert dat een type voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid in zijn geheel aan de toepasselijke bestuursrechtelijke bepalingen en technische voorschriften voldoet;

11. „gemengde typegoedkeuring”: een stapsgewijze typegoedkeuring waarbij in de laatste fase van de typegoedkeuring van het gehele voertuig een of meer systemen worden goedgekeurd zonder dat voor deze systemen een EU-typegoedkeuringscertificaat moet worden afgegeven;

12. „typegoedkeuring van een systeem”: de procedure waarbij een goedkeuringsinstantie certificeert dat een systeemtype aan de toepasselijke bestuursrechtelijke bepalingen en technische voorschriften voldoet;

13. „typegoedkeuring van een technische eenheid”: de procedure waarbij een goedkeuringsinstantie certificeert dat een technische eenheid in samenhang met een of meer specifieke voertuigtypen aan de toepasselijke bestuursrechtelijke bepalingen en technische voorschriften voldoet;

14. „typegoedkeuring van een onderdeel”: de procedure waarbij een goedkeuringsinstantie certificeert dat een onderdeel onafhankelijk van een voertuig aan de toepasselijke bestuursrechtelijke bepalingen en technische voorschriften voldoet;

15. „voertuig”: een motorvoertuig of een aanhangwagen daarvan;

16. „motorvoertuig”: een gemotoriseerd voertuig dat is ontworpen en gebouwd om zich op eigen kracht voort te bewegen, ten minste vier wielen heeft, compleet, voltooid of incompleet is en een door het ontwerp bepaalde maximumsnelheid van meer dan 25 km/h heeft;

17. „aanhangwagen”: een niet-zelfaangedreven voertuig op wielen dat is ontworpen en gebouwd om door een motorvoertuig te worden getrokken, dat op zijn minst kan bewegen om een horizontale as die loodrecht staat op het middenlangsvlak en om een verticale as die evenwijdig loopt aan het middenlangsvlak van het trekkende voertuig;

18. „systeem”: een geheel van inrichtingen die gecombineerd zijn om in een voertuig een of meer specifieke functies te vervullen en dat aan de voorschriften van deze verordening of van de in bijlage II vermelde regelgevingshandelingen moet voldoen;

19. „onderdeel”: een inrichting die bedoeld is om deel uit te maken van een voertuig, waarvoor onafhankelijk van een voertuig typegoedkeuring kan worden verleend, en die aan de voorschriften van deze verordening of van de in bijlage II vermelde regelgevingshandelingen moet voldoen indien de specifieke regelgevingshandeling daarin uitdrukkelijk voorziet;

20. „technische eenheid”: een inrichting die is bedoeld om deel uit te maken van een voertuig waarvoor afzonderlijk, maar alleen in samenhang met een of meer specifieke voertuigtypen, typegoedkeuring kan worden verleend, en die aan de voorschriften van deze verordening of van de in bijlage II vermelde regelgevingshandelingen moet voldoen indien de specifieke regelgevingshandeling daarin uitdrukkelijk voorziet;

21. „voertuigdelen”: goederen die worden gebruikt voor de assemblage, de reparatie en het onderhoud van een voertuig, alsmede reserveonderdelen;

22. „uitrustingsstukken”: andere goederen dan voertuigdelen, die kunnen worden toegevoegd aan of geïnstalleerd in of op een voertuig;

23. „reserveonderdelen”: goederen die ter vervanging van de originele voertuigdelen in of op het voertuig worden gemonteerd, met inbegrip van goederen die voor het gebruik van het voertuig noodzakelijk zijn, met uitzondering van brandstof;

24. „basisvoertuig”: een voertuig dat in de eerste fase van een meerfasentypegoedkeuring wordt gebruikt;

25. „incompleet voertuig”: een voertuig dat nog minstens één voltooiingsfase moet ondergaan om aan de toepasselijke technische voorschriften van deze verordening te voldoen;

26. „voltooid voertuig”: een voertuig dat na de meerfasentypegoedkeuring te hebben doorlopen aan de toepasselijke technische voorschriften van deze verordening voldoet;

27. „compleet voertuig”: een voertuig dat niet hoeft te worden voltooid om aan de toepasselijke technische voorschriften van deze verordening te voldoen;

28. „voertuig uit restantvoorraad”: een voertuig dat deel uitmaakt van een voorraad en dat niet of niet langer op de markt kan worden aangeboden, worden geregistreerd of in gebruik worden genomen omdat nieuwe technische voorschriften in werking zijn getreden waarvoor het voertuig niet is goedgekeurd;

29. „voertuig dat op alternatieve brandstof rijdt”: een voertuig dat qua ontwerp geschikt is om op ten minste één soort brandstof te rijden die bij atmosferische temperatuur en druk ofwel gasvormig is, dan wel in substantiële mate van niet-minerale oliën is afgeleid;

30. „in kleine series geproduceerd voertuig”: een voertuigtype waarvan het aantal eenheden dat op de markt wordt aangeboden, wordt geregistreerd of in gebruik wordt genomen, de in bijlage V vastgestelde jaarlijkse maxima niet overschrijdt;

31. „voertuig voor speciale doeleinden”: een voertuig van categorie M, N of O met specifieke technische kenmerken die het in staat stellen een functie te vervullen waarvoor speciale voorzieningen of uitrustingen vereist zijn;

32. „voertuigtype”: een bepaalde groep voertuigen die ten minste de in bijlage I, deel B, vermelde kenmerken deelt, met inbegrip van een groep voertuigen die de daar vermelde varianten en versies omvat;

33. „oplegger”: een getrokken voertuig waarbij de as(sen) zich (bij een gelijkmatig verdeelde lading) achter het zwaartepunt van het voertuig bevindt (bevinden) en dat is uitgerust met een koppelingsmechanisme waarmee horizontale en verticale krachten op het trekkende voertuig kunnen worden overgebracht;

34. „markttoezicht”: activiteiten en maatregelen van de markttoezichtautoriteiten om ervoor te zorgen dat voertuigen, systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen en uitrustingsstukken die op de markt worden aangeboden, voldoen aan de voorschriften van de toepasselijke harmonisatiewetgeving van de Unie en geen gevaar opleveren voor de gezondheid, de veiligheid, het milieu of andere aspecten van de bescherming van het openbaar belang;

35. „markttoezichtautoriteit”: de nationale autoriteit(en) die verantwoordelijk is (zijn) voor het uitoefenen van markttoezicht op het grondgebied van de lidstaat;

36. „goedkeuringsinstantie”: de instantie(s) van een lidstaat die door die lidstaat bij de Commissie is (zijn) aangemeld en die bevoegd is (zijn) voor alle aspecten van zowel de typegoedkeuring van een voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid als de individuele goedkeuring van een voertuig, voor de vergunningsprocedure voor voertuigdelen en uitrustingsstukken, voor de afgifte en voor de eventuele intrekking of weigering van goedkeuringscertificaten; die bevoegd is te fungeren als contactpunt voor de goedkeuringsinstanties van andere lidstaten; die bevoegd is (zijn) voor de aanwijzing van de technische diensten en die ervoor moet(en) zorgen dat de fabrikant voldoet aan zijn verplichtingen inzake de overeenstemming van de productie;

37. „nationale autoriteit”: een goedkeuringsinstantie of een andere instantie die betrokken is bij en verantwoordelijk is voor markttoezicht, grenscontroles of registratie in een lidstaat met betrekking tot voertuigen, systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen of uitrustingsstukken;

38. „technische dienst”: een organisatie of instantie die door de goedkeuringsinstantie is aangewezen om als testlaboratorium tests of als conformiteitsbeoordelingsinstantie de eerste beoordeling en andere tests of keuringen te verrichten;

39. „nationale accreditatie-instantie”: een nationale accreditatie-instantie, zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 11, van Verordening (EG) nr. 765/2008;

40. „fabrikant”: een natuurlijke of rechtspersoon die verantwoordelijk is voor alle aspecten van de typegoedkeuring van een voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid of van de individuele goedkeuring van een voertuig, of voor de vergunningsprocedure voor voertuigdelen en uitrustingsstukken, voor het waarborgen van de overeenstemming van de productie en voor markttoezichtaangelegenheden met betrekking tot geproduceerde voertuigen, systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen en uitrustingsstukken, ongeacht of die persoon wel of niet direct betrokken is bij alle fasen van het ontwerp en de bouw van het betrokken voertuig, systeem, onderdeel of de betrokken technische eenheid;

41. „vertegenwoordiger van de fabrikant”: een in de Unie gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die door de fabrikant is aangewezen om de fabrikant bij de goedkeuringsinstantie of de markttoezichtautoriteit te vertegenwoordigen en namens de fabrikant bij onder deze verordening vallende aangelegenheden op te treden;

42. „importeur”: een in de Unie gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die een in een derde land geproduceerd(e) voertuig, systeem, onderdeel, technische eenheid, voertuigdeel of uitrustingsstuk in de handel brengt;

43. „distributeur”: een handelaar of een andere natuurlijke of rechtspersoon in de toeleveringsketen dan de fabrikant of de importeur, die een voertuig, systeem, onderdeel, technische eenheid, voertuigdeel of uitrustingsstuk op de markt aanbiedt;

44. „marktdeelnemer”: de fabrikant, de vertegenwoordiger van de fabrikant, de importeur of de distributeur;

45. „onafhankelijke marktdeelnemer”: een natuurlijke of rechtspersoon, met uitzondering van een erkende handelaar of reparateur, die direct of indirect bij de reparatie en het onderhoud van voertuigen betrokken is, waaronder reparateurs, fabrikanten of distributeurs van reparatieapparatuur, gereedschap of reserveonderdelen, alsook uitgevers van technische informatie, automobielclubs, wegenwachtdiensten, bedrijven die keurings- en controlediensten aanbieden, bedrijven die opleidingen aanbieden voor installateurs, fabrikanten en reparateurs van uitrustingsstukken voor voertuigen die op alternatieve brandstof rijden; er wordt eveneens onder verstaan erkende reparateurs, handelaren en distributeurs binnen het distributiesysteem van een bepaalde voertuigfabrikant voor zover zij reparatie- of onderhoudsdiensten verrichten voor voertuigen van een fabrikant van wiens distributienet zij geen deel uitmaken;

46. „erkende reparateur”: een natuurlijke of rechtspersoon die reparatie- en onderhoudsdiensten verricht voor voertuigen en die actief is in het distributienet van een fabrikant;

47. „onafhankelijke reparateur”: een natuurlijke of rechtspersoon die reparatie- en onderhoudsdiensten verricht voor voertuigen en die niet actief is in het distributienet van een fabrikant;

48. „reparatie- en onderhoudsinformatie van een voertuig”: alle informatie, met inbegrip van alle latere wijzigingen daarvan en aanvullingen daarop, die nodig is voor diagnose, onderhoud en keuring van een voertuig, de voorbereiding ervan op technische controle, reparatie, herprogrammering of re-initialisatie van een voertuig, of die nodig is voor de diagnostische ondersteuning op afstand van een voertuig of voor het monteren van voertuigdelen of uitrustingsstukken op een voertuig, en die de fabrikant aan zijn erkende partners, handelaren en reparateurs verstrekt of door de fabrikant met het oog op reparatie en onderhoud wordt aangewend;

49. „informatie uit het boorddiagnosesysteem (OBD) van een voertuig”: informatie die is gegenereerd door een systeem in een voertuig of verbonden met een motor dat storingen kan herkennen en, indien van toepassing, daarvan via een alarmsysteem melding kan maken, door middel van in een computergeheugen opgeslagen informatie kan aangeven in welk gebied de storing waarschijnlijk is opgetreden, en die informatie buiten het voertuig kan laten lezen;

50. „in de handel brengen”: het voor het eerst in de Unie op de markt aanbieden van een voertuig, systeem, onderdeel, technische eenheid, voertuigdeel of uitrustingsstuk;

51. „op de markt aanbieden”: het in het kader van een handelsactiviteit, al dan niet tegen betaling, verstrekken van een voertuig, systeem, onderdeel, technische eenheid, voertuigdeel of uitrustingsstuk met het oog op distributie of gebruik op de markt;

52. „in gebruik nemen”: het eerste gebruik, voor het beoogde doel, in de Unie van een voertuig, systeem, onderdeel, technische eenheid, voertuigdeel of uitrustingsstuk;

53. „registratie”: een administratieve toestemming voor de deelneming van een goedgekeurd voertuig aan het wegverkeer, die de identificatie van dat voertuig en de toekenning van een volgnummer, aan te duiden als registratienummer, omvat, hetzij permanent, dan wel tijdelijk;

54. „virtuele testmethode”: computersimulaties, met inbegrip van berekeningen, die aantonen dat een voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid voldoet aan de technische voorschriften van een in bijlage II vermelde regelgevingshandeling zonder dat daarvoor gebruik hoeft te worden gemaakt van een fysiek voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid;

55. „alternatieve voorschriften”: bestuursrechtelijke bepalingen en technische voorschriften waarmee een niveau van functionele veiligheid, milieubescherming en arbeidsveiligheid moet worden gewaarborgd dat in de hoogst haalbare mate gelijkwaardig is met het door een of meer van de in bijlage II vermelde regelgevingshandelingen geboden niveau;

56. „beoordeling ter plaatse”: een controle in de bedrijfsruimte van een technische dienst of van een van haar onderaannemers of dochterondernemingen;

57. „controlebeoordeling ter plaatse”: een periodieke routinebeoordeling ter plaatse die onderscheiden is van zowel de beoordeling ter plaatse die wordt verricht met het oog op de initiële aanwijzing van de technische dienst of van één van zijn onderaannemers of dochterondernemingen, als van de beoordeling ter plaatse die wordt verricht met het oog op de verlenging van die aanwijzing;

58. „fabricagedatum van het voertuig”: datum waarop de fabricage van een voertuig is afgerond in overeenstemming met de door de fabrikant verkregen goedkeuring.

Uitspraken die dit artikel aanhalen