Art. 13 Verordening (EU) 2018/858, Algemene verplichtingen van de fabrikanten

Verordening (EU) 2018/858

1. Fabrikanten zorgen ervoor dat de voertuigen, systemen, onderdelen en technische eenheden die zij hebben geproduceerd en die in de handel zijn gebracht, overeenkomstig de voorschriften van deze verordening, en met name die in artikel 5, zijn geproduceerd en goedgekeurd.

2. Fabrikanten zijn jegens de goedkeuringsinstantie verantwoordelijk voor alle aspecten van de goedkeuringsprocedure en voor het waarborgen van de overeenstemming van de productie.

Bij meerfasentypegoedkeuring zijn fabrikanten eveneens verantwoordelijk voor de goedkeuring en de overeenstemming van de productie van de systemen, onderdelen en technische eenheden die zij tijdens de voltooiingsfase aan het voertuig hebben toegevoegd. Fabrikanten die reeds in eerdere fasen goedgekeurde onderdelen, systemen of technische eenheden wijzigen, zijn verantwoordelijk voor de typegoedkeuring en overeenstemming van de productie van de gewijzigde onderdelen, systemen of technische eenheden. Fabrikanten van de eerdere fase voorzien fabrikanten van de daaropvolgende fase van informatie over veranderingen die gevolgen kunnen hebben voor de typegoedkeuring van onderdelen, systemen of technische eenheden of van het gehele voertuig. Die informatie wordt verstrekt zodra de nieuwe uitbreiding tot de typegoedkeuring van het gehele voertuig is verleend en ten laatste op de begindatum van fabricage van het incomplete voertuig.

3. Fabrikanten die een incompleet voertuig zodanig wijzigen dat het wordt aangemerkt als behorend tot een andere voertuigcategorie en dat bijgevolg de reeds in een eerdere typegoedkeuringsfase beoordeelde vereisten zijn gewijzigd, zijn eveneens verantwoordelijk voor de naleving van de toepasselijke voorschriften met betrekking tot de voertuigcategorie waartoe het gewijzigde voertuig wordt geacht te behoren.

4. Een buiten de Unie gevestigde fabrikant wijst voor de EU-typegoedkeuring van voertuigen, systemen, onderdelen en technische eenheden één binnen de Unie gevestigde vertegenwoordiger aan om hem voor de goedkeuringsinstantie te vertegenwoordigen. Die fabrikant wijst eveneens één binnen de Unie gevestigde vertegenwoordiger aan voor het markttoezicht, die dezelfde vertegenwoordiger kan zijn als die welke voor EU-typegoedkeuring is aangewezen.

5. Fabrikanten zorgen ervoor dat hun voertuigen, systemen, onderdelen en technische eenheden niet zijn ontworpen met strategieën of andere instrumenten die de prestaties tijdens testprocedures zodanig beïnvloeden dat zij niet voldoen aan deze verordening in omstandigheden die redelijkerwijs kunnen worden verwacht bij normale bediening.

6. Fabrikanten stellen procedures in om de overeenstemming van de serieproductie van voertuigen, systemen, onderdelen en technische eenheden met het goedgekeurde type te waarborgen.

7. Fabrikanten onderzoeken eventueel ontvangen klachten met betrekking tot risico's, vermoedelijke incidenten of niet-conformiteitsproblemen inzake de door hen in de handel gebrachte voertuigen, systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen en uitrustingsstukken.

Fabrikanten houden van die klachten een register bij, met voor elke klacht een beschrijving van het probleem en de details die nodig zijn om het betrokken type voertuig, systeem, onderdeel, technische eenheid, voertuigdeel of uitrustingsstuk precies te bepalen, en, in geval van met redenen omklede klachten, houden fabrikanten hun distributeurs en importeurs daarover geïnformeerd.

8. Behalve de overeenkomstig artikel 38 op zijn voertuigen aangebrachte voorgeschreven plaat en de op de onderdelen of technische eenheden ervan aangebrachte typegoedkeuringsmerken, vermelden fabrikanten hun naam, geregistreerde handelsnaam of geregistreerd handelsmerk en hun contactadres in de Unie op hun voertuigen, onderdelen of technische eenheden die op de markt worden aangeboden of, wanneer dit niet mogelijk is, op de verpakking of in een bij het onderdeel of de technische eenheid gevoegd document.

9. Fabrikanten zien er gedurende de periode dat zij voor een voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid verantwoordelijk zijn, op toe dat de opslag- en vervoersomstandigheden de conformiteit ervan met de in deze verordening neergelegde voorschriften niet in het gedrang brengen.

10. Onverminderd artikel 9, lid 5, en met inachtneming van de bescherming van commerciële geheimen en persoonsgegevens krachtens het Unierecht en het nationale recht, zorgen voertuigfabrikanten voor de openbaarmaking van de gegevens die derden nodig zijn voor tests door derden op eventuele niet-conformiteit, waaronder alle parameters en instellingen die nodig zijn om de testomstandigheden die van toepassing waren op het moment dat de typegoedkeuringstest werd uitgevoerd, nauwgezet te reproduceren.

Voor de toepassing van de eerste alinea van dit lid stelt de Commissie uitvoeringshandelingen vast waarin nader wordt bepaald welke gegevens kosteloos ter beschikking moeten worden gesteld en aan welke voorschriften derden moeten voldoen om hun rechtmatige belangen op het gebied van openbare veiligheid of milieubescherming en hun gebruik van passende testvoorzieningen aan te tonen. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 83, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.