Art. 16 Richtlijn (EU) 2018/2001, Organisatie en duur van de vergunningsprocedure
1. De lidstaten richten een of meer contactpunten op, of wijzen zij deze aan. Die contactpunten begeleiden de aanvrager op diens verzoek bij en vergemakkelijken de volledige administratieve vergunningsaanvraag en -procedure. De aanvrager dient gedurende de gehele administratieve procedure slechts met één contactpunt contact te hebben. De vergunningsprocedure heeft betrekking op de relevante administratieve bouw-, repowering- en exploitatievergunningen voor installaties voor de productie van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen en op activa die nodig zijn voor hun aansluiting op het net. De vergunningsprocedure omvat alle procedures vanaf de bevestiging van ontvangst van de aanvraag tot de toezending van het in lid 2 bedoelde resultaat van de procedure.
2. Het contactpunt begeleidt de aanvrager op transparante wijze gedurende de administratieve vergunningsaanvraagprocedure tot het moment waarop de verantwoordelijke autoriteiten aan het einde van de procedure een of meer besluiten vaststellen, verschaft de aanvrager alle nodige informatie en betrekt, waar nodig, andere administratieve autoriteiten. Het is aanvragers toegestaan de relevante documenten in digitale vorm in te dienen.
3. Het contactpunt stelt een procedurehandboek voor ontwikkelaars van projecten op het gebied van hernieuwbare-energieproductie beschikbaar en stelt die informatie ook online beschikbaar waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan kleinschalige projecten en projecten voor zelfverbruikers van hernieuwbare energie. De online informatie vermeldt het relevante contactpunt voor de aanvraag. Indien de lidstaat meer dan een enkel contactpunt heeft, vermeldt de online informatie het relevante contactpunt voor zijn aanvraag.
4. Onverminderd lid 7, duurt de in lid 1 bedoelde vergunningsprocedure, met inbegrip van alle betrokken procedures van bevoegde overheden, niet langer dan twee jaar voor krachtcentrales. In naar behoren gerechtvaardigde buitengewone omstandigheden kan de termijn van twee jaar met maximaal één jaar worden verlengd.
5. Onverminderd lid 7, duurt voor installaties met een lager elektrisch vermogen dan 150 kW de vergunningsprocedure niet langer dan één jaar. In naar behoren gerechtvaardigde buitengewone omstandigheden kan deze termijn van één jaar met één jaar worden verlengd.
De lidstaten zorgen ervoor dat aanvragers gemakkelijk toegang hebben tot eenvoudige geschillenbeslechtingsprocedures in verband met de vergunningsprocedure en de afgifte van bouw- en exploitatievergunningen voor installaties voor de productie van energie uit hernieuwbare bronnen, met inbegrip van, waar van toepassing, alternatieve geschillenbeslechtingsmechanismen.
6. De lidstaten bevorderen het repoweren van bestaande installaties voor hernieuwbare energie door middel van een vereenvoudigde en snelle vergunningsprocedure. Die procedure duurt maximaal een jaar.
In naar behoren gerechtvaardigde buitengewone omstandigheden, zoals voor dwingende veiligheidsredenen waar het repoweren een belangrijk effect heeft op het net of op de oorspronkelijke capaciteit, grootte of prestatie van de installatie, kan deze termijn van één jaar met maximaal één jaar worden verlengd.
7. De termijnen die in dit artikel worden vastgesteld gelden onverminderd de verplichtingen krachtens het toepasselijke milieurecht van de Unie, onverminderd beroepsprocedures in rechte en andere procedures voor een rechterlijke instantie, en onverminderd alternatieve geschillenbeslechtingsmechanismen, waaronder klachtprocedures en administratieve beroepsprocedures, en kunnen met de duur van dergelijke procedures worden verlengd.
8. De lidstaten kunnen bij in artikel 17, lid 1, bedoelde repoweringsprojecten een eenvoudigekennisgevingsprocedure voor netaansluitingen invoeren. Indien lidstaten dat doen, wordt, wanneer er geen aanzienlijke milieu- of sociale effecten wordt verwacht, repowering toegestaan na kennisgeving aan de desbetreffende instantie. Die instantie beslist binnen zes maanden na ontvangst van de kennisgeving of dat toereikend is.
Wanneer de desbetreffende instantie besluit dat een kennisgeving toereikend is, wordt de vergunning automatisch verleend. Wanneer die instantie besluit dat de kennisgeving niet toereikend is, moet er een nieuwe vergunning worden aangevraagd en gelden de in lid 6 vastgestelde termijnen.