Art. 87 Richtlijn (EU) 2018/1972, Status van de bestaande universele dienst
Indien in het licht van nationale omstandigheden wordt vastgesteld dat daar behoefte aan is, kunnen de lidstaten de beschikbaarheid of betaalbaarheid van andere diensten dan adequate breedbandinternettoegangsdiensten in de zin van artikel 84, lid 3, en spraakcommunicatiediensten op een vaste locatie die op 20 december 2018 van kracht waren, blijven waarborgen. Wanneer de lidstaten voor hun gehele grondgebied of een gedeelte daarvan ondernemingen aanwijzen die belast worden met de levering van die diensten, is artikel 86 van toepassing. Die verplichtingen worden gefinancierd overeenkomstig artikel 90.
De lidstaten evalueren de op grond van dit artikel opgelegde verplichtingen uiterlijk op 21 december 2021 en vervolgens om de drie jaar.