Art. 33 Verordening (EU) 2017/2196, Aanstelling van een hersynchronisatieleider
1. Als twee gesynchroniseerde gebieden kunnen worden gehersynchroniseerd zonder de bedrijfsveiligheid van de transmissiesystemen in gevaar te brengen, stellen de frequentieleiders van die gesynchroniseerde gebieden bij een systeemherstel een hersynchronisatieleider aan, in overleg met ten minste de TSB('s) die zijn geïdentificeerd als mogelijke hersynchronisatieleiders en overeenkomstig lid 2. Elke frequentieleider informeert de TSB's van zijn gesynchroniseerde gebied onmiddellijk over de aangestelde hersynchronisatieleider.
2. Voor elk paar gesynchroniseerde gebieden dat moet worden gehersynchroniseerd, is de hersynchronisatieleider de TSB die:
a) minstens één onderstation in bedrijf heeft met een parallel schakelapparaat op de grens tussen de twee te hersynchroniseren gesynchroniseerde gebieden;
b) toegang heeft tot de frequentiemetingen van beide gesynchroniseerde gebieden;
c) toegang heeft tot de spanningsmetingen van de onderstations waartussen zich potentiële hersynchronisatiepunten bevinden, en
d) de spanning van potentiële hersynchronisatiepunten kan regelen.
3. Als meer dan één TSB voldoet aan de criteria van lid 2, wordt de TSB met het grootste aantal potentiële hersynchronisatiepunten tussen de twee gesynchroniseerde gebieden aangesteld tot hersynchronisatieleider, behalve als de frequentieleiders van de twee gesynchroniseerde gebieden ermee akkoord gaan een andere TSB als hersynchronisatieleider aan te stellen.
4. De aangestelde hersynchronisatieleider treedt als dusdanig op totdat:
a) een andere hersynchronisatieleider voor de twee gesynchroniseerde gebieden is aangesteld, of
b) de twee gesynchroniseerde gebieden zijn gehersynchroniseerd en alle stappen van artikel 34 zijn voltooid.