Art. 20 Verordening (EU) 2017/1938, Afwijking

Verordening (EU) 2017/1938

1. Deze verordening is niet van toepassing op Malta en Cyprus zolang op hun grondgebied geen gas wordt geleverd. Malta en Cyprus dienen aan de verplichtingen van onderstaande bepalingen te voldoen en van de opties waarover zij uit hoofde van deze bepalingen beschikken, gebruik te maken binnen de daartoe vastgestelde termijn, te rekenen vanaf de datum waarop op hun respectievelijk grondgebied voor de eerste maal gas is geleverd:

a) voor artikel 2, punt 5, artikel 3, lid 2, artikel 7, lid 5, en artikel 14, lid 6, onder a): twaalf maanden;

b) voor artikel 6, lid 1: 18 maanden;

c) voor artikel 8, lid 7: 24 maanden;

d) voor artikel 5, lid 4: 36 maanden;

e) voor artikel 5, lid 1: 48 maanden.

Om aan de verplichting van artikel 5, lid 1, te voldoen, mogen Malta en Cyprus de bepalingen van artikel 5, lid 2, toepassen, onder meer door gebruik te maken van niet-marktgebaseerde maatregelen aan de vraagzijde.

2. Verplichtingen in verband met het werk van de risicogroepen van de artikelen 7 en 8 met betrekking tot de risicogroepen van de zuidelijke gascorridor en het Oostelijke Middellandse Zeegebied worden toepasselijk vanaf de datum waarop de grote infrastructuur/pijplijn de testfase ingaat.

3. Zolang Zweden uitsluitend via interconnecties met Denemarken toegang heeft tot gas, en Denemarken de enige gasleverancier en de enig mogelijke verstrekker van solidariteit is, zijn Denemarken en Zweden vrijgesteld van de verplichting van artikel 13, lid 10, om technische, juridische en financiële regelingen te sluiten betreffende het verstrekken, door Zweden, van solidariteit aan Denemarken. Dit doet geen afbreuk aan de verplichting voor Denemarken om solidariteit te verstrekken en daartoe de nodige technische, juridische en financiële regelingen te sluiten uit hoofde van artikel 13.