Art. 13 Verordening (EU) 2017/1938, Solidariteit

Verordening (EU) 2017/1938

1. Indien een lidstaat krachtens dit artikel om toepassing van de solidariteitsmaatregel heeft verzocht, neemt een lidstaat die rechtstreeks met de verzoekende lidstaat verbonden is of, indien de lidstaat dit bepaalt, zijn bevoegde instantie of zijn transmissie- of distributiesysteembeheerder, voor zover dat mogelijk is zonder onveilige situaties te scheppen, de noodzakelijke maatregelen om ervoor te zorgen dat de gaslevering aan niet door solidariteit beschermde afnemers op zijn grondgebied wordt beperkt of stopgezet voor zover dat nodig is en zolang de gaslevering aan door solidariteit beschermde afnemers in de verzoekende lidstaat niet is verzekerd. De verzoekende lidstaat zorgt ervoor dat het betreffende gasvolume daadwerkelijk wordt geleverd aan de door solidariteit beschermde afnemers op zijn grondgebied.

In uitzonderlijke omstandigheden en op basis van een naar behoren gemotiveerd verzoek van de betrokken transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit of gas aan diens bevoegde instantie, kan ook de gaslevering aan bepaalde cruciale gasgestookte energiecentrales, als omschreven in artikel 11, lid 7, in de solidariteit verstrekkende lidstaat worden voortgezet wanneer de onderbreking van de gastoevoer naar deze centrales de werking van het elektriciteitssysteem ernstig zou beschadigen of de productie en/of het transport van gas zou verhinderen.

2. Een lidstaat verstrekt de solidariteit ook aan een andere lidstaat waarmee hij via een derde land verbonden is, tenzij stromen via het derde land beperkt zijn. Voor deze verruiming van de solidariteitsmaatregel is de instemming van de betrokken lidstaten vereist, welke, naargelang passend, het derde land waardoor zij met elkaar verbonden zijn, daarbij betrekken.

3. Een solidariteitsmaatregel is een uiterste middel en is enkel van toepassing indien de verzoekende lidstaat:

a) ondanks de toepassing van de in artikel 11, lid 2, bedoelde maatregel niet in staat is geweest het tekort in de gaslevering aan zijn door solidariteit beschermde afnemers te dekken;

b) alle marktgebaseerde maatregelen en alle maatregelen uit zijn noodplan heeft uitgeput;

c) een expliciet verzoek heeft gericht aan de Commissie en aan de bevoegde instanties van alle lidstaten waarmee hij rechtstreeks of, overeenkomstig lid 2, via een derde land is verbonden; dit verzoek gaat vergezeld van een beschrijving van de in punt b) van dit lid bedoelde maatregelen die zijn toegepast;

d) zich ertoe heeft verbonden snel een billijke compensatie te betalen aan de solidariteit verstrekkende lidstaat, overeenkomstig lid 8.

4. Indien meer dan één lidstaat solidariteit zou kunnen verstrekken aan een verzoekende lidstaat, kiest de verzoekende lidstaat, na alle lidstaten die solidariteit moeten verstrekken te hebben geraadpleegd, het meest voordelige aanbod op grond van kosten, levertermijn, betrouwbaarheid en diversificatie van de gaslevering. Het aanbod van de betrokken lidstaten is in eerste instantie gebaseerd op vrijwillige maatregelen aan de vraagzijde, zo veel en zo lang als mogelijk, en pas daarna op niet-marktgebaseerde maatregelen.

5. Indien marktgebaseerde maatregelen voor de lidstaat die solidariteit verstrekt onvoldoende blijken om het tekort in de gaslevering aan de door solidariteit beschermde afnemers in de verzoekende lidstaat te verhelpen, kan de lidstaat die solidariteit verstrekt niet-marktgebaseerde maatregelen invoeren om aan de verplichtingen van de leden 1 en 2 te voldoen.

6. De bevoegde instantie van de verzoekende lidstaat brengt de Commissie en de bevoegde instanties van de lidstaten die solidariteit verstrekken onmiddellijk op de hoogte wanneer de gaslevering aan door solidariteit beschermde afnemers op haar grondgebied wordt verzekerd, of wanneer de verplichtingen uit hoofde van de leden 1 en 2 op basis van zijn behoeften worden beperkt, of wanneer zij worden opgeschort op verzoek van de lidstaat die solidariteit ontvangt.

7. De verplichtingen uit hoofde van de leden 1 en 2 zijn van toepassing onverminderd het technisch veilig en betrouwbaar functioneren van het gassysteem van een lidstaat die solidariteit verstrekt en de limiet van de maximale interconnectie-exportcapaciteit van de infrastructuur van de betrokken lidstaat naar de verzoekende lidstaat. Die omstandigheden, in het bijzonder de omstandigheden waarin de markt tot de maximale interconnectiecapaciteit zal leveren, kunnen deel uitmaken van technische, juridische en financiële regelingen.

8. Solidariteit uit hoofde van deze verordening wordt verstrekt op basis van compensatie. De lidstaat die om solidariteit verzoekt, betaalt meteen, of zorgt voor de spoedige betaling van, een billijke compensatie aan de solidariteit verstrekkende lidstaat. Dergelijke billijke compensatie dekt minstens:

a) het op het grondgebied van de verzoekende lidstaat geleverde gas;

b) alle andere relevante en redelijke kosten waarmee het verstrekken van solidariteit gepaard is gegaan, met inbegrip van, in voorkomend geval, op voorhand bepaalde kosten van dergelijke maatregelen;

c) de terugbetaling van compensatie voortvloeiend uit gerechtelijke procedures, arbitrageprocedures of soortgelijke procedures en schikkingen, en van de kosten in verband met dergelijke procedures waarbij de solidariteit verstrekkende lidstaat betrokken is ten overstaan van entiteiten die bij het verstrekken van de solidariteit betrokken zijn.

Billijke compensatie uit hoofde van de eerste alinea omvat onder meer alle redelijke kosten die de solidariteit verstrekkende lidstaat maakt als gevolg van een verplichting om compensatie te betalen krachtens de door het Unierecht gewaarborgde grondrechten en de voor de toepassing van dit artikel geldende internationale verplichtingen, alsmede andere redelijke kosten die uit het betalen van compensatie overeenkomstig nationale compensatieregelingen voortvloeien.

Uiterlijk op 1 december 2018 stellen de lidstaten de nodige maatregelen vast, in het bijzonder de technische, juridische en financiële regelingen uit hoofde van lid 10, tot uitvoering van de eerste en de tweede alinea van dit lid. Dergelijke maatregelen kunnen voorzien in de praktische regelingen voor spoedige betaling.

9. De lidstaten zorgen ervoor dat de bepalingen van dit artikel worden toegepast in overeenstemming met de Verdragen, het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en de relevante internationale verplichtingen. Zij nemen daartoe de nodige maatregelen.

10. Uiterlijk op 1 december 2018 nemen de lidstaten de noodzakelijke maatregelen, met inbegrip van de maatregelen overeengekomen in technische, juridische en financiële regelingen, om ervoor te zorgen dat overeenkomstig de leden 1 en 2 gas wordt geleverd aan de door solidariteit beschermde afnemers in de verzoekende lidstaat. De technische, juridische en financiële regelingen worden overeengekomen tussen de lidstaten die rechtstreeks of, overeenkomstig lid 2, via een derde land met elkaar verbonden zijn, en worden in hun respectieve noodplannen omschreven. Deze regelingen kunnen onder meer betrekking hebben op de volgende elementen:

a) de operationele veiligheid van netwerken;

b) de toepassing van gasprijzen en/of de methode voor het bepalen ervan, rekening houdend met het effect op de werking van de markt;

c) het gebruik van interconnecties, met inbegrip van bidirectionele capaciteit en ondergrondse gasopslag;

d) gasvolumes of de methode voor het bepalen ervan;

e) de categorieën van kosten die onder de regeling voor billijke en spoedige compensatie moeten vallen, welke onder meer betrekking kunnen hebben op de schade geleden door bedrijfstakken die gekort zijn in hun leveringen;

f) een indicatie van de methode voor de berekening van de billijke compensatie.

De financiële regeling die de lidstaten onderling overeenkomen voordat om solidariteit wordt verzocht, bevat bepalingen ter berekening van de billijke compensatie van minstens alle relevante en redelijke kosten die bij het verstrekken van solidariteit worden gemaakt, en de verbintenis dat die compensatie zal worden betaald.

Compensatiemechanismen bevatten prikkels om deel te nemen aan marktgebaseerde oplossingen, zoals veilingen en vraagresponsmechanismen. Deze mechanismen creëren geen perverse prikkels, onder meer in financiële zin, waardoor marktdeelnemers maatregelen zouden uitstellen totdat niet-marktgebaseerde maatregelen worden toegepast. Alle compensatiemechanismen of ten minste de samenvattingen ervan worden in de noodplannen opgenomen.

11. Zolang een lidstaat in het gasverbruik van zijn door solidariteit beschermde afnemers kan voorzien met eigen productie, wordt hij vrijgesteld van de verplichting om met het oog op het ontvangen van solidariteit technische, juridische en financiële regelingen te sluiten met lidstaten waarmee hij rechtstreeks of, overeenkomstig lid 2, via een derde land, verbonden is. Dergelijke vrijstelling doet geen afbreuk aan de verplichting van de betreffende lidstaat om solidariteit te verstrekken aan andere lidstaten uit hoofde van dit artikel.

12. Uiterlijk op 1 december 2017 en na raadpleging van de GCG stelt de Commissie juridisch niet-bindende richtsnoeren op voor de essentiële elementen van de technische, juridische en financiële regelingen, met name betreffende de praktische toepassing van de in de leden 8 en 10 beschreven elementen.

13. Wanneer de lidstaten het per 1 oktober 2018 niet eens zijn over de nodige technische, juridische en financiële regelingen, kan de Commissie na raadpleging van de betrokken bevoegde instanties een raamwerk voor dergelijke maatregelen voorstellen waarin de nodige beginselen voor het operationeel maken ervan worden omschreven, dit op basis van de in lid 12 vermelde richtsnoeren van de Commissie. De lidstaten voltooien hun regelingen uiterlijk op 1 december 2018 en houden daarbij zo veel mogelijk rekening met het voorstel van de Commissie.

14. Indien de lidstaten geen overeenstemming bereiken over hun technische, juridische en financiële regelingen of deze niet voltooien, laat dit de toepasselijkheid van dit artikel onverlet. In dat geval komen de betrokken lidstaten de nodige ad-hocmaatregelen overeen en gaat de om solidariteit verzoekende lidstaat een verbintenis aan overeenkomstig lid 3, onder d).

15. Onmiddellijk nadat het einde van een noodsituatie is afgekondigd of de Commissie overeenkomstig artikel 11, lid 8, eerste alinea, concludeert dat de afkondiging van een noodsituatie niet of niet langer gerechtvaardigd is, zijn de in de leden 1 en 2 van dit artikel vastgestelde verplichtingen niet meer van toepassing.

16. Wanneer de Unie kosten moet maken ingevolge een aansprakelijkheid, niet zijnde een aansprakelijkheid voor onwettige handelingen of onwettige gedragingen als bedoeld in artikel 340, tweede alinea, VWEU, in verband met maatregelen die de lidstaten uit hoofde van dit artikel moeten nemen, worden die kosten haar door de solidariteit ontvangende lidstaat terugbetaald.