Art. 2 Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/1926, Definities
Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/1926
Voor de toepassing van deze verordening zijn de definities van artikel 4 van Richtlijn 2010/40/EU en artikel 3 van Verordening (EU) nr. 1315/2013 van toepassing.
Verder wordt verstaan onder:
1) „toegankelijkheid van de gegevens”: de mogelijkheid om de gegevens te allen tijde in een machineleesbaar formaat op te vragen en te verkrijgen;
2) „gegevensactualisering”: een wijziging van de bestaande gegevens, inclusief schrappingen of toevoegingen van nieuwe of aanvullende elementen;
3) „metagegevens”: een gestructureerde beschrijving van de inhoud van de gegevens die het zoeken naar en gebruiken van deze gegevens vergemakkelijken;
4) „zoekdiensten”: diensten die het mogelijk maken gegevens te zoeken aan de hand van de inhoud van de overeenkomstige metagegevens en die inhoud weer te geven;
5) „uitgebreid trans-Europees vervoersnetwerk”: de vervoersinfrastructuur die deel uitmaakt van het uitgebreid netwerk, als gedefinieerd in Verordening (EU) nr. 1315/2013;
6) „toegangspunt”: een digitale interface die aan gebruikers met het oog op hergebruik toegang verschaft tot ten minste statische reisgegevens en historische reisgegevens, samen met de overeenkomstige metagegevens, of tot de bronnen en metagegevens van die gegevens;
7) „dynamische reis- en verkeersgegevens”: gegevens in verband met verschillende vervoerswijzen die vaak of op regelmatige basis veranderen, als genoemd in de bijlage;
8) „statische reis- en verkeersgegevens”: gegevens in verband met verschillende vervoerswijzen die zelden of niet veranderen, dan wel veranderen op regelmatige basis, als genoemd in de bijlage;
9) „vervoersautoriteit”: een overheidsinstantie die belast is met verkeersbeheer of -planning of met de controle op of het beheer van een bepaald vervoersnetwerk en/of bepaalde vervoerswijzen die onder haar territoriale bevoegdheid vallen;
10) „vervoersexploitant”: een publieke of particuliere entiteit die verantwoordelijk is voor het in stand houden en het beheer van de vervoersdienst;
11) „gebruiker”: elke openbare of particuliere entiteit die gebruik maakt van het nationale toegangspunt, zoals vervoersautoriteiten, vervoersexploitanten, aanbieders van reisinformatiediensten, producenten van digitale kaarten, aanbieders van vraagafhankelijk vervoer en infrastructuurbeheerders;
12) „eindgebruiker”: alle natuurlijke personen of rechtspersonen die toegang hebben tot reisinformatie;
13) „reisgegevens”: een ITS-dienst, m.i.v. digitale kaarten, die de gebruikers en eindgebruikers reis- en verkeersinformatie verschaft voor ten minste één vervoerswijze;
14) „historische verkeersgegevens”: verkeerskenmerken die afhankelijk zijn van het uur, de dag, seizoensgebonden op basis van eerdere metingen, m.i.v. congestie, gemiddelde snelheden, gemiddelde reistijden, als genoemd in de bijlage;
15) „tijdigheid van gegevens”: de beschikbaarheid van actuele gegevens op een voor de gebruikers en eindgebruikers nuttig tijdstip vóór de reis;
16) „aanbieder van reisinformatiediensten”: een publieke of particuliere aanbieder van reis- en verkeersinformatie aan gebruikers en eindgebruikers, m.u.v. loutere doorgeefluiken van informatie;
17) „vraagafhankelijk vervoer”: een personenvervoersdienst met een flexibele route, zoals autodelen, carpoolen, fietsdelen, delen autorit, taxi of vervoer op afroep. Doorgaans gaat aan deze diensten een interactie vooraf tussen de eindgebruiker en de aanbieder van het vraagafhankelijk vervoer;
18) „aanbieder van vraagafhankelijk vervoer”: een publieke of particuliere aanbieder van vraagafhankelijk vervoer aan gebruikers en eindgebruikers, m.i.v. reis- en verkeersinformatie daarover;
19) „koppeling van een dienst”: de onderlinge koppeling van lokale, regionale en nationale reisinformatiesystemen via technische interfaces met het oog op het verstrekken van routeadvies of andere application programming interfaces (API's) op basis van statische en/of dynamische reis- en verkeersinformatie;
20) „overdrachtspunt”: het station, de halte of locatie waar twee routeresultaten van reisinformatiediensten aan elkaar worden gekoppeld tot één traject;
21) „multimodale reisinformatie”: informatie voor gebruikers en eindgebruikers die middels een willekeurig communicatiemiddel is afgeleid van statische en/of dynamische reis- en verkeersgegevens en die betrekking heeft op ten minste twee vervoerswijzen en die de gebruiker in staat stelt vervoerswijzen met elkaar te vergelijken;
22) „routeadvies”: de in antwoord op een routeaanvraag van de eindgebruiker gegenereerde reisroute in een machineleesbaar formaat, met vermelding van de gebruikte overdrachtspunten;
23) „infrastructuurbeheerder”: een publieke of particuliere instantie of onderneming die verantwoordelijk is voor de totstandbrenging en het onderhoud van vervoersinfrastructuur of een deel daarvan;
24) „personenvervoersdienst”: openbare of particuliere vervoersdienst of een dienst die beschikbaar is voor collectief of particulier gebruik door het grote publiek en die verschillende vervoerswijzen omvat.