Art. 56 Verordening (EU) 2017/1485, Taken en verantwoordelijkheden

Verordening (EU) 2017/1485

1. Elke TSB en elke transmissiegekoppelde DSB of SNG kan operationele tests uitvoeren ten aanzien van de elementen van zijn transmissiesysteem en zijn installaties onder gesimuleerde operationele omstandigheden en gedurende een beperkte tijd. Zij geven ruim van tevoren kennis van de tests en spannen zich in om de gevolgen voor het realtimesysteembeheer tot een minimum te beperken. Met de operationele tests wordt beoogd te voorzien in:

a) bewijs van naleving van alle relevante technische en organisatorische operationele voorschriften van deze verordening voor een nieuw transmissiesysteemelement wanneer dat voor de eerste maal in gebruik wordt genomen;

b) bewijs van naleving van alle relevante technische en organisatorische operationele voorschriften van deze verordening voor een nieuwe installatie van de SNG of de DSB wanneer die voor de eerste maal in gebruik wordt genomen;

c) bewijs van naleving van alle relevante technische en organisatorische operationele voorschriften van deze verordening bij wijziging van een transmissiesysteemelement of een installatie van de SNG of de DSB dat of die relevant is voor het systeembeheer;

d) beoordeling van mogelijke negatieve gevolgen van een storing, kortsluiting of ander niet-gepland en onverwacht incident in het systeembeheer op het transmissiesysteemelement dan wel op de installatie van de SNG of van de DSB.

2. De resultaten van de in lid 1 bedoelde operationele tests worden gebruikt door:

a) de TSB om het juiste functioneren van de transmissiesysteemelementen te waarborgen;

b) de DSB en SNG's om het juiste functioneren van distributiesystemen en van de installaties van de SNG's te waarborgen;

c) de TSB, DSB of SNG om bestaande operationele werkwijzen te handhaven en nieuwe te ontwikkelen;

d) de TSB om te waarborgen dat ondersteunende diensten worden geleverd;

e) de TSB, DSB of SNG om informatie te verkrijgen over het functioneren van de transmissiesysteemelementen en installaties van de SNG's en DSB's onder alle mogelijke omstandigheden en met inachtneming van alle relevante operationele voorschriften van deze verordening, ten aanzien van:

i) de gecontroleerde toepassing van frequentie- of spanningsvariaties teneinde informatie te verkrijgen over het gedrag van het transmissiesysteem en de elementen daarvan, en

ii) de beproeving van operationele werkwijzen in de noodtoestand en de hersteltoestand.

3. Elke TSB ziet erop toe dat de operationele tests de operationele veiligheid van zijn transmissiesysteem niet in gevaar brengen. Operationele tests kunnen worden uitgesteld of onderbroken als gevolg van niet-geplande systeemomstandigheden of omwille van de veiligheid van het personeel, het algemene publiek, de machine die of het apparaat dat wordt getest of transmissiesysteemelementen of installaties van de DSB of SNG.

4. In het geval van aantasting van de toestand van het transmissiesysteem waarin de operationele test wordt uitgevoerd, is de TSB van dat transmissiesysteem gerechtigd de operationele test te onderbreken. Indien de uitvoering van een test gevolgen heeft voor een andere TSB en de toestand van diens systeem eveneens aantast, dient de TSB of SNG of DSB die de operationele test uitvoert deze onmiddellijk te staken zodra hij door de betrokken TSB in kennis is gesteld van het probleem.

5. Elke TSB ziet erop toe dat de resultaten van relevante operationele tests, uitgevoerd in combinatie met alle bijbehorende analyses:

a) worden verwerkt in het proces van training en certificering van de werknemers die zijn belast met het realtimebeheer van het systeem;

b) worden gebruikt als input voor het onderzoeks- en ontwikkelingsproces van het ENTSB voor elektriciteit, en

c) worden gebruikt om de operationele werkwijzen te verbeteren, ook die in verband met de noodtoestand en hersteltoestand.

Vorige artikelen

Volgende artikelen