Art. 156 Verordening (EU) 2017/1485, FCR-levering

Verordening (EU) 2017/1485

1. Elke TSB draagt zorg voor de beschikbaarheid van ten minste zijn overeenkomstig de artikelen 153, 163, 173 en 174 tussen alle TSB's van dezelfde synchrone zone overeengekomen FCR-verplichtingen.

2. Alle TSB's van een synchrone zone bepalen, ten minste jaarlijks, de omvang van de K-factor van de synchrone zone, rekening houdend met ten minste de volgende factoren:

a) de reservecapaciteit in de vorm van FCR gedeeld door de maximale frequentieafwijking in de stationaire toestand;

b) de zelfregeling van productie;

c) de zelfregeling van belasting, rekening houdend met de bijdrage overeenkomstig de artikelen 27 en 28 van Verordening (EU) 2016/1388;

d) de frequentierespons van HVDC-interconnectoren als bedoeld in artikel 172, en

e) de activering van de LFSM en de FSM overeenkomstig de artikelen 13 en 15 van Verordening (EU) 2016/631.

3. Alle TSB's van een synchrone zone die uit meer dan één LFC-zone bestaat, stellen in de operationele overeenkomst van die synchrone zone de aandelen van de K-factor voor elke LFC-zone vast, en zij baseren deze aandelen ten minste op:

a) de initiële FCR-verplichtingen;

b) de zelfregeling van productie;

c) de zelfregeling van belasting;

d) frequentiekoppeling via HVDC tussen synchrone zones;

e) uitwisseling van FCR.

4. Een FCR-leverancier waarborgt de permanente beschikbaarheid van FCR, met uitzondering van een gedwongen niet-beschikbaarheid van een FCR-leverende eenheid, gedurende het tijdsbestek waarin hij verplicht is FCR te leveren.

5. Elke FCR-leverancier stelt zijn reserveconnecterende TSB zo spoedig mogelijk in kennis van veranderingen in de feitelijke beschikbaarheid, geheel of gedeeltelijk, van zijn FCR-leverende eenheden en/of zijn FCR-leverende groep die relevant zijn voor de resultaten van de prekwalificatie.

6. Elke TSB waarborgt, of stelt zijn FCR-leveranciers verplicht te waarborgen, dat het verlies van een FCR-leverende eenheid de operationele veiligheid niet in gevaar brengt, door:

a) het aandeel van de FCR die per FCR-leverende eenheid wordt geleverd, te beperken tot 5 % van de reservecapaciteit betreffende FCR die vereist is voor elk van de gehele synchrone zones CE en noordelijk Europa;

b) de FCR die wordt geleverd door de eenheid die de referentie-uitvalsituatie van de synchrone zone vaststelt, uit te sluiten van het dimensioneringsproces voor de synchrone zones GB, IE/NI en noordelijk Europa, en

c) de FCR die niet-beschikbaar wordt gemaakt als gevolg van een gedwongen niet-beschikbaarheid of de niet-beschikbaarheid van een FCR-leverende eenheid of FCR-leverende groep, te vervangen zodra dit technisch mogelijk is, waarbij wordt voldaan aan de door de reserveconnecterende TSB vast te stellen voorwaarden.

7. Een FCR-leverende eenheid of FCR-leverende groep met een energiereservoir dat zijn geschiktheid om FCR te leveren niet beperkt, activeert zijn FCR zolang de frequentieafwijking voortduurt. Voor de synchrone zones GB en IE/NI activeert een FCR-leverende eenheid of FCR-leverende groep met een energiereservoirs dat zijn geschiktheid om FCR te leveren niet beperkt, zijn FCR totdat de eenheid/de groep zijn FRR activeert of voor de in de operationele overeenkomst van de synchrone zone gespecificeerde periode.

8. Een FCR-leverende eenheid of FCR-leverende groep met een energiereservoir dat zijn geschiktheid om FCR te leveren beperkt, activeert zijn FCR zolang de frequentieafwijking voortduurt, tenzij zijn energiereservoir is uitgeput in positieve dan wel negatieve richting. Voor de synchrone zones GB en IE/NI activeert een FCR-leverende eenheid of FCR-leverende groep met een energiereservoir dat zijn geschiktheid om FCR te leveren beperkt, zijn FCR totdat de eenheid/de groep zijn FRR activeert of voor de in de operationele overeenkomst van de synchrone zone gespecificeerde periode.

9. Voor de synchrone zones CE en noordelijk Europa zorgt elke FCR-leverancier ervoor dat de FCR van zijn FCR-leverende eenheden of groepen met beperkte energiereservoirs continu beschikbaar is tijdens de normale toestand. Voor de synchrone zones CE en noordelijk Europa waarborgt elke FCR-leverancier vanaf de activering van de alarmtoestand en gedurende de alarmtoestand dat zijn FCR-leverende eenheden of groepen met beperkte energiereservoirs in staat zijn FCR permanent volledig te activeren voor een tijdsbestek dat overeenkomstig de leden 10 en 11 wordt gedefinieerd. Wanneer geen periode overeenkomstig de leden 10 en 11 is bepaald, zorgt elke FCR-leverancier ervoor dat zijn FCR-leverende eenheden of groepen met beperkte energiereservoirs volledig in staat zijn om gedurende ten minste 15 minuten, of in geval van frequentieafwijkingen die kleiner zijn dan een frequentieafwijking die volledige FCR-activering vereist, gedurende een gelijkwaardige tijd, of gedurende een door elke TSB vastgestelde tijd, die niet langer dan 30 minuten of korter dan 15 minuten is, continu FCR te activeren.

10. Voor de synchrone zones CE en noordelijk Europa ontwikkelen alle TSB's een voorstel inzake de minimumactiveringsperiode die FCR-leveranciers moeten waarborgen. De vastgestelde periode is niet langer dan 30 minuten en niet korter dan 15 minuten. In het voorstel worden de resultaten van de overeenkomstig lid 11 uitgevoerde kosten-batenanalyse volledig in aanmerking genomen.

11. Uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van deze verordening stellen de TSB's van de synchrone zones CE en noordelijk Europa aannames en een methodologie voor betreffende de uit te voeren kosten-batenanalyse, teneinde de tijdsperiode te beoordelen waarin FCR-leverende eenheden of groepen met beperkte energiereservoirs beschikbaar moeten blijven tijdens de alarmtoestand. Uiterlijk twaalf maanden nadat de aannames en de methodologie door alle reguleringsinstanties van de betrokken zone zijn goedgekeurd, verstrekken de TSB's van de synchrone zones CE en noordelijk Europa de resultaten van hun kosten-batenanalyse aan de betrokken reguleringsinstanties, waarbij zij een tijdsperiode voorstellen die niet langer dan 30 minuten of korter dan 15 minuten duurt. In de kosten-batenanalyse wordt ten minste het volgende in aanmerking genomen:

a) ervaring die is opgedaan met verschillende tijdsbestekken en aandelen van opkomende technologieën in verschillende LFC-blokken;

b) de effecten van een omschreven tijdsperiode op de totale kosten van FCR-reserves in de synchrone zone;

c) de effecten van een omschreven tijdsperiode op de systeemstabiliteitsrisico's, met name als gevolg van langdurige of herhaalde frequentiegebeurtenissen;

d) de impact op de risico's betreffende de systeemstabiliteit en de totale kosten van FCR in het geval van een stijgend totaal volume van FCR;

e) de effecten van technologische ontwikkelingen op de kosten van beschikbaarheidsperioden voor FCR van zijn FCR-leverende eenheden of groepen met beperkte energiereservoirs.

12. De FCR-leverancier specificeert de beperkingen van de energiereservoir van zijn FCR-leverende eenheden of groepen in het prekwalificatieproces overeenkomstig artikel 155.

13. Een FCR-leverancier die gebruikmaakt van FCR-leverende eenheden of FCR-leverende groepen met een energiereservoir dat hun geschiktheid om FCR te leveren beperkt, zorgt voor herstel van de energiereservoirs in positieve of negatieve richting in overeenstemming met de volgende criteria:

a) voor de synchrone zones GB en IE/NI gebruikt de FCR-leverancier de in de operationele overeenkomst van de synchrone zone gespecificeerde methoden;

b) voor de synchrone zones CE en noordelijk Europa zorgt de FCR-leverancier voor een zo spoedig mogelijk herstel van de energiereservoirs, binnen twee uur na het einde van de alarmtoestand.

Vorige artikelen

Volgende artikelen