Art. 146 Verordening (EU) 2017/1485, Onbalansnettingproces
1. De regeldoelstelling van het onbalansnettingproces is het verminderen van de hoeveelheid simultane tegengestelde FRR-activeringen van de verschillende deelnemende LFC-zones door middel van onbalansnettingvermogensuitwisseling.
2. Elke TSB heeft het recht om het onbalansnettingproces uit te voeren voor de LFC-zones in hetzelfde LFC-blok, tussen verschillende LFC-blokken of tussen verschillende synchrone zones, door een onbalansnettingsovereenkomst te sluiten.
3. TSB's passen het onbalansnettingproces toe op een wijze die geen invloed heeft op:
a) de stabiliteit van het FCP van de synchrone zone of synchrone zones die betrokken zijn bij het onbalansnettingproces;
b) de stabiliteit van het FRP en het RRP van elke door deelnemende of beïnvloede TSB's beheerde LFC-zone, en
c) de operationele veiligheid.
4. TSB's voeren de onbalansnettingvermogensuitwisseling tussen LFC-zones van een synchrone zone uit op ten minste een van de volgende manieren:
a) door een werkzaamvermogenstroom via een virtuele grensverbinding te definiëren die deel uitmaakt van de FRCE-berekening;
b) door de werkzaamvermogenstromen via HVDC-interconnectoren aan te passen.
5. TSB's voeren de onbalansnettingvermogensuitwisseling tussen LFC-zones van verschillende synchrone zones uit door de werkzaamvermogensstromen via HVDC-interconnectoren aan te passen.
6. TSB's voeren de onbalansnettingvermogensuitwisseling van een LFC-zone uit op een zodanige wijze dat de feitelijke omvang van de FRR-activering die nodig is om de FRCE van die LFC-zone zonder onbalansnettingvermogensuitwisseling terug naar nul te regelen, niet wordt overschreden.
7. Alle TSB's die deelnemen aan hetzelfde onbalansnettingproces zorgen ervoor dat de som van alle onbalansnettingvermogensuitwisselingen gelijk is aan nul.
8. Het onbalansnettingproces omvat een uitwijkmechanisme dat ervoor zorgt dat de onbalansnettingvermogensuitwisseling van elke LFC-zone nul is of beperkt wordt tot een waarde waarvoor de operationele veiligheid kan worden gegarandeerd.
9. Wanneer een LFC-blok bestaat uit meer dan één LFC-zone en de reservecapaciteit in de vorm van FRR en RR wordt berekend op basis van de onbalansen van het LFC-blok, voeren alle TSB's van hetzelfde LFC-blok een onbalansnettingproces uit en wisselen ze de maximale hoeveelheid onbalansnettingvermogen als bedoeld in lid 6 uit met andere LFC-zones van hetzelfde LFC-blok.
10. Wanneer een onbalansnettingproces wordt uitgevoerd voor LFC-zones van verschillende synchrone zones, wisselen alle TSB's de maximale hoeveelheid onbalansnettingvermogen als omschreven in lid 6 uit met andere TSB's van dezelfde synchrone zone die aan dat onbalansnettingproces deelnemen.
11. Wanneer een onbalansnettingproces wordt uitgevoerd voor LFC-zones die niet tot hetzelfde LFC-blok behoren, vervullen alle TSB's van de betrokken LFC-blokken de in artikel 141, lid 5, bedoelde verplichtingen, ongeacht de onbalansnettingvermogensuitwisseling.