Art. 137 Verordening (EU) 2017/1485, Regelbeperkingen betreffende de output van werkzaam vermogen
1. Alle TSB's van twee synchrone zones hebben het recht om in de operationele overeenkomst van de synchrone zone beperkingen te stellen aan de output van werkzaam vermogen van HVDC-interconnectoren tussen synchrone zones om hun invloed op de vervulling van de frequentiekwaliteitsdoelparameters van de synchrone zone te beperken door een gecombineerde maximale op- en afregelsnelheid te bepalen voor alle HVDC-interconnectoren die een synchrone zone verbinden met een andere synchrone zone.
2. De in lid 1 bedoelde beperkingen zijn niet van toepassing op onbalansnetting, frequentiekoppeling en activering van grensoverschrijdende FRR en RR via HVDC-interconnectoren.
3. Alle connecterende TSB's van een HVDC-interconnector hebben het recht om in de operationele overeenkomst van het LFC-blok gemeenschappelijke beperkingen te stellen aan de output van werkzaam vermogen van die HVDC-interconnector om de invloed op de vervulling van de FRCE-doelparameter van de geconnecteerde LFC-blokken te beperken door op- en afregelperioden en/of maximale op- en afregelsnelheden voor deze HVDC-interconnector overeen te komen. Deze gemeenschappelijke beperkingen zijn niet van toepassing op onbalansnetting, frequentiekoppeling en activering van grensoverschrijdende FRR en RR via HVDC-interconnectoren. Alle TSB's van een synchrone zone coördineren deze maatregelen binnen de synchrone zone.
4. Alle TSB's van een LFC-blok hebben het recht om in de operationele overeenkomst van het LFC-blok de volgende maatregelen op te nemen om de vervulling van de FRCE-doelparameter van het LFC-blok te ondersteunen en deterministische frequentieafwijkingen te beperken, rekening houdend met de technologische restricties van elektriciteitsproductie-eenheden en verbruikseenheden:
a) verplichtingen inzake op- en afregelperioden en/of maximale op- en afregelsnelheden voor elektriciteitsproductie-eenheden en/of verbruikseenheden;
b) verplichtingen inzake individuele op- en afregelstarttijden voor elektriciteitsproductie-eenheden en/of verbruikseenheden binnen het LFC-blok, en
c) coördinatie van het op- en afregelen tussen elektriciteitsproductie-eenheden, verbruikseenheden en verbruik van werkzaam vermogen binnen het LFC-blok.