Art. 103 Verordening (EU) 2017/1485, Realtime-uitvoering van beschikbaarheidsplannen

Verordening (EU) 2017/1485

1. Elke eigenaar van een elektriciteitsproductie-installatie zorgt ervoor dat alle relevante elektriciteitsproductie-eenheden waarvan hij eigenaar is en die zijn aangemerkt als „beschikbaar”, gereed zijn om elektriciteit te produceren overeenkomstig hun verklaarde technische geschiktheid indien dit nodig is om de operationele veiligheid te behouden, behoudens in geval van gedwongen niet-beschikbaarheid.

2. Elke eigenaar van een elektriciteitsproductie-installatie zorgt ervoor dat alle relevante elektriciteitsproductie-eenheden waarvan hij eigenaar is en die zijn aangemerkt als „niet beschikbaar” geen elektriciteit produceren.

3. Elke eigenaar van een verbruikersinstallatie zorgt ervoor dat alle relevante elektriciteitsproductie-eenheden waarvan hij eigenaar is en die zijn aangemerkt als „niet beschikbaar” geen elektriciteit verbruiken.

4. Elke eigenaar van een relevant netelement zorgt ervoor dat alle relevante netelementen waarvan hij eigenaar is en die zijn aangemerkt als „beschikbaar”, gereed zijn om elektriciteit te transporteren overeenkomstig hun verklaarde technische capaciteiten indien dit nodig is om de operationele veiligheid te behouden, behoudens in geval van gedwongen niet-beschikbaarheid.

5. Elke eigenaar van een relevant netelement zorgt ervoor dat alle relevante netelementen waarvan hij eigenaar is en die zijn aangemerkt als „niet beschikbaar” geen elektriciteit transporteren.

6. Wanneer specifieke netgerelateerde voorwaarden van toepassing zijn op de toepassing van de „niet beschikbaar”- of de „in testfase”-status van een relevant netelement overeenkomstig artikel 96, lid 6, beoordeelt de betrokken TSB, DSB of GDSB de vervulling van deze voorwaarden voordat die status wordt toegepast. Indien deze voorwaarden niet zijn vervuld, instrueert de betrokken TSB, DSB of GDSB de eigenaar van het relevante netelement om de „niet beschikbaar”- of de „in testfase”-status of een deel daarvan niet toe te passen.

7. Wanneer een TSB vaststelt dat de toepassing van een „niet beschikbaar”- of „in testfase”-status van een relevante asset het transmissiesysteem uit de normale toestand leidt of zou kunnen leiden, instrueert hij de eigenaar van de relevante asset, wanneer deze is aangesloten op het transmissiesysteem, of de DSB of GDSB wanneer deze is aangesloten op een distributiesysteem of op een gesloten distributiesysteem, om de toepassing van de „niet beschikbaar”- of de „in testfase”-status van deze relevante asset uit te stellen overeenkomstig zijn instructies en voor zover mogelijk, met inachtneming van de technische en veiligheidsgrenzen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen