Art. 41 Uitvoeringsverordening (EU) 2017/892, Vrijstellingen van het aanvullende invoerrecht

Uitvoeringsverordening (EU) 2017/892

1. Vrijgesteld van het aanvullende invoerrecht zijn:

a) goederen die in het kader van een tariefcontingent worden ingevoerd;

b) goederen die het land van oorsprong hebben verlaten vóór het besluit tot toepassing van het aanvullende invoerrecht en die worden vervoerd met een vervoerdocument dat geldt vanaf de plaats van lading in het land van oorsprong tot de plaats van lossing in de Unie en dat is opgesteld vóór de toepassing van het aanvullende invoerrecht.

2. De belanghebbende partijen leveren ten genoegen van de douaneautoriteiten het bewijs dat aan de vereisten van lid 1 is voldaan.

Douaneautoriteiten mogen ervan uitgaan dat goederen het land van oorsprong hebben verlaten vóór de datum van toepassing van het aanvullende invoerrecht als één van de volgende documenten wordt overgelegd:

a) bij vervoer over zee, het connossement waaruit blijkt dat de lading vóór die datum heeft plaatsgevonden;

b) bij vervoer per spoor, de vrachtbrief die vóór die datum is aanvaard door de spoorwegdiensten van het land van oorsprong;

c) bij vervoer over de weg, het CMR-contract (Verdrag betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg) of elk ander douanevervoersdocument dat in het land van oorsprong vóór die datum is afgegeven, als aan de voorwaarden van de bilaterale of multilaterale regelingen inzake uniaal of gemeenschappelijk douaneverkeer is voldaan;

d) bij vervoer per vliegtuig, de luchtvrachtbrief waaruit blijkt dat de luchtvaartmaatschappij de producten vóór die datum heeft aanvaard.

Vorige artikelen

Volgende artikelen