Art. 2 Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/891, Definities

Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/891

Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder:

a) „producent”: een landbouwer in de zin van artikel 4, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad (7) die groenten en fruit als bedoeld in artikel 1, lid 2, onder i), van Verordening (EU) nr. 1308/2013, en dergelijke producten die uitsluitend bestemd zijn om te worden verwerkt, produceert;

b) „aangesloten producent”: een producent of een door producenten gevormde rechtspersoon die is aangesloten bij een producentenorganisatie of unie van producentenorganisaties;

c) „dochteronderneming”: een onderneming waarin één of meer producentenorganisaties of unies van producentenorganisaties aandelen of maatschappelijk kapitaal bezitten en die bijdraagt tot de verwezenlijking van de doelstellingen van die organisaties of unies;

d) „transnationale producentenorganisatie”: elke organisatie waarvan ten minste één aangesloten producentenbedrijf zijn locatie in een andere lidstaat heeft dan die waar de organisatie haar hoofdzetel heeft;

e) „transnationale unie van producentenorganisaties”: elke unie van producentenorganisaties waarvan ten minste één van de aangesloten organisaties haar locatie in een andere lidstaat heeft dan die waar de unie haar hoofdzetel heeft;

f) „maatregel”: één van de volgende elementen:

i) op de productieplanning gerichte acties, inclusief de investeringen in materiële activa;

ii) acties die gericht zijn op verbetering of behoud van de productkwaliteit, in verse dan wel verwerkte vorm, inclusief investeringen in materiële activa;

iii) acties die gericht zijn op de verhoging van de commerciële waarde van producten en op de verbetering van de afzet, inclusief investeringen in materiële activa, alsook de bevordering van de afzet van de producten, in verse dan wel verwerkte vorm, en andere dan onder punt vi) vallende afzetbevorderings- en communicatieactiviteiten;

iv) onderzoek en experimentele productieacties, inclusief investeringen in materiële activa;

v) opleidingsacties en acties op het gebied van de uitwisseling van beste praktijken, andere dan die onder punt vi), en acties ter bevordering van de toegang tot adviesdiensten en technische bijstand;

vi) één van de in artikel 33, lid 3, eerste alinea, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 genoemde acties voor crisispreventie en crisisbeheer;

vii) milieuacties als bedoeld in artikel 33, lid 5, van Verordening (EU) nr. 1308/2013, inclusief investeringen in materiële activa;

viii) andere acties, inclusief investeringen in materiële activa, met uitzondering van de onder de punten i) tot en met vii), vallende acties, die gericht zijn op de verwezenlijking van één of meer doelen als bedoeld of vermeld in artikel 33, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1308/2013;

g) „actie”: een specifieke activiteit die of een specifiek instrument dat bijdraagt tot de verwezenlijking van één of meer van de doelen als bedoeld of vermeld in artikel 33, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1308/2013;

h) „investeringen in materiële activa”: de verwerving van tastbare activa die bijdragen tot de verwezenlijking van één of meer van de doelen als bedoeld of vermeld in artikel 33, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1308/2013;

i) „bijproduct”: een product dat resulteert uit de bereiding van een groente- of fruitproduct en dat een positieve economische waarde heeft, doch niet het belangrijkste beoogde product is;

j) „voorbereiding”: voorbereidende activiteiten zoals schoonmaken, snijden, schillen, bijsnijden en drogen van groenten en fruit, zonder dat ze in verwerkte groenten en fruit worden omgezet;

k) „maatregelen van samenwerkende branches in een bedrijfskolom” als bedoeld in artikel 34, lid 3, onder b), van Verordening (EU) nr. 1308/2013: activiteiten ter verwezenlijking van één of meer in artikel 157, lid 1, onder c), van die verordening genoemde doelen die zijn goedgekeurd door de lidstaat en gezamenlijk worden beheerd door een producentenorganisatie of unie van producentenorganisaties en ten minste één andere marktdeelnemer in de voedselverwerkings- of distributieketen;

l) „uitgangssituatie-indicator”: een indicator die de toestand of trend aan het begin van een programmeringsperiode aangeeft en nuttige informatie kan verschaffen:

i) bij de analyse van de uitgangssituatie met het oog op de vaststelling van een nationale strategie voor duurzame operationele programma's, of van een operationeel programma,

ii) als referentie waaraan de resultaten en de impact van een nationale strategie of een operationeel programma kunnen worden getoetst, of

iii) bij de interpretatie van de resultaten en de impact van een nationale strategie of een operationeel programma;

m) „specifieke kosten”: de aanvullende kosten, berekend als het verschil tussen de traditionele en de werkelijk gemaakte kosten, en inkomsten die worden gederfd als gevolg van een actie, exclusief aanvullende inkomsten en kostenbesparingen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen