Art. 102 Verordening officiële controles, Algemene voorschriften

Verordening (EU) 2017/625 (Verordening officiële controles)

1. De bevoegde autoriteiten in de betrokken lidstaten verlenen elkaar overeenkomstig de artikelen 104 tot en met 107 administratieve bijstand om te zorgen voor juiste toepassing van de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels in gevallen die voor meer dan een lidstaat van belang zijn.

2. Die administratieve bijstand houdt in dat, indien passend, en mits de betrokken bevoegde autoriteiten hiermee instemmen, de bevoegde autoriteiten van een lidstaat deelnemen aan officiële controles ter plaatse die door de bevoegde autoriteiten van een andere lidstaat worden verricht.

3. Deze titel doet geen afbreuk aan de nationaalrechtelijke bepalingen:

a) die van toepassing zijn op de vrijgave van documenten en informatie die het voorwerp uitmaken of verband houden met gerechtelijke onderzoeken en procedures, waaronder strafrechtelijke onderzoeken, en

b) die gericht zijn op de bescherming van de commerciële belangen van natuurlijke of rechtspersonen.

4. De lidstaten nemen maatregelen ter facilitering van de overzending van andere rechtshandhavingsinstanties, openbare aanklagers en gerechtelijke autoriteiten aan de bevoegde autoriteiten, van voor de toepassing van deze titel relevante informatie over een mogelijk geval van niet-naleving van de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels, die:

a) een risico kan vormen voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, voor het dierenwelzijn, of, wat ggo's en gewasbeschermingsmiddelen betreft, ook voor het milieu, of

b) een mogelijke schending van de in artikel 1, lid 2, bedoelde regels door frauduleuze of bedrieglijke praktijken kan vormen.

5. Alle communicatie tussen de bevoegde autoriteiten overeenkomstig de artikelen 104 tot en met 107 geschiedt schriftelijk, op papier of in elektronische vorm.

6. Om de uitwisseling van mededelingen te stroomlijnen en te vereenvoudigen, stelt de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen een standaardformaat vast voor:

a) verzoeken om bijstand overeenkomstig artikel 104, lid 1, en

b) gangbare en terugkerende kennisgevingen en antwoorden.

Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 145, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.