Art. 6 Verordening (EU) 2016/1952, Referentieperiodes en frequentie van gegevensindiening

Verordening (EU) 2016/1952

1. De referentieperiodes voor de in de bijlagen I en II gespecificeerde gegevens zijn jaarlijks (januari tot en met december) of halfjaarlijks (januari tot en met juni en juni tot en met december). De eerste referentieperiode start in 2017.

2. De frequentie van gegevensindiening is:

a) jaarlijks (voor de periode van januari tot en met december) voor de gegevens beschreven in de punten 6 a) en 7 van bijlage I en de punten 5 a) en 6 van bijlage II;

b) tweemaal per jaar (voor de periodes van januari tot en met juni en van juli tot en met december) voor de gegevens beschreven in punt 6 b) van bijlage I en punt 5 b) van bijlage II.

Vorige artikelen

Volgende artikelen