Art. 30 Verordening (EU) 2016/1719, Besluit inzake zoneoverschrijdende risico-indekkingsmogelijkheden
1. TSB's die zich bij een biedzonegrens bevinden, geven langetermijnrechten betreffende transmissie uit, tenzij de bevoegde regulerende instanties van de biedzonegrens gecoördineerde besluiten hebben vastgesteld op basis waarvan geen langetermijnrechten betreffende transmissie op de biedzonegrens worden uitgegeven. Bij de vaststelling van hun besluiten raadplegen de bevoegde regulerende instanties van de biedzonegrens de regulerende instanties van de betrokken capaciteitsberekeningsregio en houden zij terdege rekening met hun adviezen.
2. Indien bij de inwerkingtreding van deze verordening aan een biedzonegrens geen langetermijnrechten betreffende transmissie bestaan, stellen de bevoegde regulerende instanties van de biedzonegrens uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van deze verordening gecoördineerde besluiten betreffende de invoering van langetermijnrechten betreffende transmissie vast.
3. De in de leden 1 en 2 bedoelde besluiten worden gebaseerd op een beoordeling, waarin wordt bepaald of de elektriciteitstermijnmarkt voldoende indekkingsmogelijkheden biedt in de betrokken biedzones. De beoordeling wordt op gecoördineerde wijze uitgevoerd door de bevoegde regulerende instanties van de biedzonegrens en omvat ten minste:
a) een raadpleging van de marktdeelnemers betreffende hun behoeften aan indekkingsmogelijkheden tegen zoneoverschrijdende risico's bij de desbetreffende biedzonegrenzen;
b) een evaluatie.
4. In het kader van de in lid 3, onder b), bedoelde evaluatie wordt de werking van de groothandelsmarkten voor elektriciteit onderzocht, waarbij wordt uitgegaan van transparante criteria, waaronder ten minste:
a) een analyse waarbij wordt nagegaan of de producten of de combinatie van producten die op de termijnmarkten worden aangeboden indekkingsmogelijkheden bieden tegen de volatiliteit van de day-ahead-prijs van de betrokken biedzone. Een dergelijk product of dergelijke combinatie van producten wordt als passende indekking tegen het risico op verandering van de day-ahead-prijs van de betrokken biedzone beschouwd indien er voldoende correlatie is tussen de day-ahead-prijs van de betrokken biedzone en de onderliggende prijs waarvoor het product of de combinatie van producten wordt verhandeld;
b) een analyse waarbij wordt nagegaan of de producten of de combinatie van producten die op de termijnmarkten worden aangeboden, efficiënt zijn. Daartoe worden ten minste de volgende indicatoren beoordeeld:
i) de tijdshorizon betreffende de handel;
ii) de „bid-ask spread”;
iii) de verhandelde volumes in verhouding tot het fysieke verbruik;
iv) de openstaande belangen in verhouding tot het fysieke verbruik.
5. Indien uit de in lid 3 genoemde beoordeling blijkt dat er onvoldoende indekkingsmogelijkheden in één of meer biedzones zijn, verzoeken de bevoegde regulerende instanties de relevante TSB's om:
a) langetermijnrechten betreffende transmissie te verlenen, of
b) ervoor te zorgen dat producten voor de zoneoverschrijdende indekking op de lange termijn beschikbaar worden gesteld ter ondersteuning van de werking van de groothandelsmarkten voor elektriciteit.
6. Indien de bevoegde regulerende instanties overeenkomstig lid 5, onder b), een verzoek doen, ontwikkelen de relevante TSB's de benodigde regelingen en leggen zij deze uiterlijk zes maanden nadat het verzoek door de bevoegde regulerende instanties is gedaan ter goedkeuring voor aan de bevoegde regulerende instanties. De genoemde benodigde regelingen worden uiterlijk zes maanden na goedkeuring door de bevoegde regulerende instanties uitgevoerd. Op verzoek van de relevante TSB's kunnen de bevoegde regulerende instanties de uitvoeringstijd met ten hoogste zes maanden verlengen.
7. Indien de regulerende instanties besluiten dat er geen langetermijnrechten betreffende transmissie door de respectievelijke TSB's worden uitgegeven of dat andere producten voor de zoneoverschrijdende indekking op de lange termijn door de respectievelijke TSB's beschikbaar worden gesteld, zijn de artikelen 16, 28, 29, 31 tot en met 57, 59 en 61 niet van toepassing op de TSB's van de biedzonegrenzen.
8. Op gezamenlijk verzoek van de TSB's aan een biedzonegrens of op eigen initiatief van de bevoegde regulerende instanties, en uiterlijk om de vier jaar, voeren de bevoegde regulerende instanties van de biedzonegrens in samenwerking met het Agentschap een beoordeling overeenkomstig de leden 3 tot en met 5 uit.