Art. 67 Verordening (EU) 2016/1447, Gemeenschappelijke bepalingen voor het systeem van conformiteitstests
1. De tests ter beproeving van het gedrag van HVDC-systemen en DC-aangesloten power park modules zijn erop gericht aan te tonen dat aan de eisen van deze verordening wordt voldaan.
2. Onverminderd de in deze verordening vervatte minimumeisen voor het beproeven van de conformiteit, kan de relevante systeembeheerder:
a) de eigenaar van het HVDC-systeem of de DC-aangesloten power park module toestemming verlenen voor de uitvoering van een alternatieve reeks tests, op voorwaarde dat deze tests efficiënt zijn en volstaan om aan te tonen dat een HVDC-systeem of DC-aangesloten power park module in overeenstemming is met de eisen van deze verordening, en
b) van de eigenaar van het HVDC-systeem of de DC-aangesloten power park module eisen dat hij extra of alternatieve tests uitvoert in gevallen waarin de door de relevante systeembeheerder verstrekte informatie in verband met de conformiteitstests overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 2 van titel VI niet volstaat om overeenstemming met de eisen van deze verordening aan te tonen.
3. De eigenaar van het HVDC-systeem of de DC-aangesloten power park module is verantwoordelijk voor de uitvoering van de tests overeenkomstig de in hoofdstuk 2 van titel VI vastgestelde voorwaarden. De relevante systeembeheerder werkt hieraan mee en vertraagt de uitvoering van de tests niet op onrechtmatige wijze.
4. De relevante systeembeheerder kan deelnemen aan de conformiteitstests, op de locatie zelf of op afstand vanuit het controlecentrum van de systeembeheerder. Voor dat doel levert de eigenaar van het HVDC-systeem of de DC-aangesloten power park module de monitoringapparatuur die benodigd is om alle relevante testsignalen en metingen te registreren, en zorgt hij ervoor dat de nodige vertegenwoordigers de van eigenaar van het HVDC-systeem of de DC-aangesloten power park module gedurende de gehele testperiode op de locatie beschikbaar zijn. Als de systeembeheerder voor geselecteerde tests zijn eigen apparatuur wenst te gebruiken om het gedrag te registreren, worden de door de relevante systeembeheerder gespecificeerde signalen doorgestuurd. De relevante systeembeheerder kan volledig zelfstandig beslissen over zijn deelname.