Art. 4 Verordening (EU) 2016/1447, Toepassing op bestaande HVDC-systemen en DC-aangesloten power park modules
1. Met uitzondering van de artikelen 26, 31, 33 en 50, zijn de eisen van deze verordening niet van toepassing op bestaande HVDC-systemen en bestaande DC-aangesloten power park modules, tenzij:
a) een HVDC-systeem of een DC-aangesloten power park module in dergelijke mate is gewijzigd dat de desbetreffende aansluitovereenkomst ingrijpend moet worden herzien overeenkomstig de onderstaande procedure:
i) eigenaren van HVDC-systemen of eigenaren van DC-aangesloten power park modules die voornemens zijn een installatie te moderniseren of apparatuur te vervangen op een wijze die effect heeft op de technische capaciteiten van het HVDC-systeem of de DC-aangesloten power park module, stellen de relevante systeembeheerder hiervan van tevoren in kennis;
ii) wanneer de relevante systeembeheerder oordeelt dat de modernisering of vervanging van apparatuur van zulke omvang is dat een nieuwe aansluitovereenkomst vereist is, stelt de systeembeheerder de desbetreffende regulerende instantie of, indien van toepassing, de lidstaat daarvan in kennis, en
iii) de desbetreffende regulerende instantie of, indien van toepassing, de lidstaat besluit of de bestaande aansluitovereenkomst moet worden herzien, dan wel een nieuwe aansluitovereenkomst vereist is en welke eisen van deze verordening van toepassing zijn, of
b) een regulerende instantie of, indien van toepassing, een lidstaat besluit een bestaand HVDC-systeem of een bestaande DC-aangesloten power park module te onderwerpen aan alle of aan bepaalde eisen van deze verordening, op basis van een overeenkomstig de leden 3, 4 en 5 ingediend voorstel van de relevante TSB.
2. Voor de toepassing van deze verordening wordt een HVDC-systeem of een DC-aangesloten power park module als bestaand beschouwd, indien:
a) dit systeem of deze module op de datum van inwerkingtreding van deze verordening reeds op het net is aangesloten, of
b) de eigenaar van het HVDC-systeem of de eigenaar van de DC-aangesloten power park module een definitief en bindend contract heeft gesloten voor de aankoop van het belangrijkste deel van de productie-installatie of HVDC-apparatuur binnen een tijdsbestek van twee jaar na de inwerkingtreding van deze verordening. De eigenaar van het HVDC-systeem of de eigenaar van de DC-aangesloten power park module stelt de relevante systeembeheerder en de relevante TSB binnen een termijn van 30 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening in kennis van het afsluiten van dit contract.
De door de eigenaar van het HVDC-systeem of de eigenaar van de DC-aangesloten power park module aan de relevante systeembeheerder en de relevante TSB toegezonden kennisgeving bevat ten minste de volgende elementen: de benaming van het contract, de datum van ondertekening en de datum van inwerkingtreding, en de specificaties van het belangrijkste deel van de te bouwen, te assembleren of aan te kopen productie-installatie of HVDC-apparatuur.
Een lidstaat kan erin voorzien dat de regulerende instantie in gespecificeerde omstandigheden kan bepalen of het HVDC-systeem of de DC-aangesloten power park module als een bestaand(e), dan wel als een nieuw(e) HVDC-systeem of DC-aangesloten power park module moet worden beschouwd.
3. Teneinde een antwoord te bieden op significante feitelijke wijzigingen van omstandigheden, zoals de ontwikkeling van systeemeisen, inclusief de penetratie van hernieuwbare energiebronnen, intelligente netwerken, gedistribueerde productie of belastingssturing, kan de relevante TSB na een openbare raadpleging overeenkomstig artikel 8 aan de betrokken regulerende instantie of, indien van toepassing, de lidstaat voorstellen de toepassing van deze verordening uit te breiden tot bestaande HVDC-systemen en/of DC-aangesloten power park modules.
Daartoe wordt een grondige en transparante kwantitatieve kosten-batenanalyse uitgevoerd, overeenkomstig de artikelen 65 en 66. De analyse omvat de volgende elementen:
a) de kosten om bestaande HVDC-systemen en DC-aangesloten power park modules in overeenstemming te brengen met deze verordening;
b) de sociaaleconomische baten van toepassing op de eisen van deze verordening, en
c) de mogelijkheid om met alternatieve maatregelen de vereiste prestaties te bereiken.
4. Alvorens de in lid 3 bedoelde kwantitatieve kosten-batenanalyse uit te voeren:
a) voert de relevante TSB een voorafgaande kwalitatieve vergelijking uit van de kosten en baten;
b) verkrijgt de relevante TSB de goedkeuring van de relevante regulerende instantie of, indien van toepassing, de lidstaat.
5. De relevante regulerende instantie of, indien van toepassing, de lidstaat neemt een besluit betreffende de uitbreiding van de toepassing van deze verordening tot bestaande HVDC-systemen of DC-aangesloten power park modules binnen zes maanden na ontvangst van het verslag en de aanbeveling van de relevante TSB overeenkomstig artikel 65, lid 4. Het besluit van de regulerende instantie of, indien van toepassing, de lidstaat wordt gepubliceerd.
6. Bij de afweging inzake de eventuele toepassing van deze verordening op bestaande HVDC-systemen of DC-aangesloten power park modules houdt de relevante TSB rekening met de gerechtvaardigde verwachtingen van de eigenaren van HVDC-systemen of DC-aangesloten power park modules.
7. De relevante TSB kan de toepassing van sommige of alle bepalingen van deze verordening op bestaande HVDC-systemen of DC-aangesloten power park modules om de drie jaar in overweging nemen overeenkomstig de in de leden 3 tot en met 5 bedoelde criteria en procedure.