Art. 13 Verordening (EU) 2016/1447, Regelbaarheid van het werkzaam vermogen, regelbereik en op- en afregelsnelheid
1. Wat betreft de capaciteit voor de regeling van de transmissie van het werkzaam vermogen geldt het volgende:
a) een HVDC-systeem is in staat om volgend op een instructie van de relevante TSB het getransporteerde werkzaam vermogen in elke richting te regelen tot aan zijn maximale HVDC-transmissiecapaciteit van het werkzaam vermogen.
De relevante TSB:
i) kan een maximale en minimale vermogensstap voor de aanpassing van de transmissie van het werkzaam vermogen specificeren;
ii) kan een minimale HVDC-transmissiecapaciteit van het werkzaam vermogen voor elke richting specificeren, beneden welke geen transmissiecapaciteit voor het werkzaam vermogen vereist is, en
iii) specificeert de maximumvertragingstijd waarbinnen het HVDC-systeem in staat is de transmissie van werkzaam vermogen, na ontvangst van het verzoek van de relevante TSB, aan te passen.
b) de relevante TSB specificeert hoe een HVDC-systeem in staat moet zijn de invoeding van getransporteerde werkzaam vermogen te wijzigen in het geval van storingen in één of meerdere van de AC-netwerken waarmee het is verbonden. Wanneer de initiële vertraging vóór de start van de wijziging groter is dan 10 milliseconden vanaf de ontvangst van het door de relevante TSB toegezonden triggersignaal, geeft de eigenaar van het HVDC-systeem daarvoor een passende verklaring aan de relevante TSB;
c) de relevante TSB kan bepalen dat een HVDC-systeem in staat is tot snelle omkering van het werkzaam vermogen. Die omkering is mogelijk van de maximale capaciteit voor de transmissie van werkzaam vermogen in één richting tot de maximale capaciteit voor de transmissie van werkzaam vermogen in de andere richting, zo snel als technisch mogelijk is, en wordt met opgaaf van redenen door de eigenaar van het HVDC-systeem bij de relevante TSB's gerechtvaardigd als dit langer duurt dan 2 seconden;
d) voor HVDC-systemen die verschillende regelzones of synchrone zones met elkaar verbinden, wordt het HVDC-systeem uitgerust met regelfuncties die het voor de relevante TSB's mogelijk maken de transmissie van het werkzaam vermogen te wijzigen om redenen van grensoverschrijdende balancering.
2. Een HVDC-systeem is in staat de op- en afregelsnelheid van schommelingen van het werkzaam vermogen binnen zijn technische mogelijkheden aan te passen overeenkomstig de instructies van de relevante TSB's. In het geval van een wijziging van het werkzaam vermogen overeenkomstig lid 1, onder b) en c), is er geen aanpassing van de op- en afregelsnelheid.
3. Wanneer gespecificeerd door een relevante TSB, in overleg met naburige TSB's, zijn de besturingsfuncties van een HVDC-systeem in staat om automatisch corrigerende maatregelen te nemen, inclusief onder meer het beëindigen van de op- en afregeling en het blokkeren van de FSM, LFSM-O, LFSM-U en frequentieregeling. De trigger- en blokkeringscriteria worden gespecificeerd door de relevante TSB en de regulerende instantie wordt hiervan in kennis gesteld. De bijzonderheden van de desbetreffende kennisgeving worden vastgelegd overeenkomstig het toepasselijke nationale regelgevingskader.