Art. 58 Fokkerijverordening, Frequentie en organisatie van de controles door de Commissie in derde landen
Verordening (EU) 2016/1012 (Fokkerijverordening)
1. De frequentie van de in artikel 57, lid 1, bedoelde controles in een derde land wordt bepaald op basis van:
a) de beginselen en doelstellingen van de voorschriften van deze verordening;
b) de hoeveelheid en aard van de fokdieren en de levende producten daarvan die uit dat derde land de Unie binnenkomen;
c) de resultaten van in artikel 57, lid 1, bedoelde, reeds verrichte controles;
d) de resultaten van officiële controles betreffende fokdieren en de levende producten daarvan die uit het derde land de Unie worden binnengebracht en van eventuele andere door de bevoegde autoriteiten van lidstaten verrichte officiële controles;
e) alle andere informatie die de Commissie passend acht.
2. Om de doelmatigheid en doeltreffendheid van de in artikel 57, lid 1, bedoelde controles te bevorderen, kan de Commissie het betrokken derde land voorafgaand aan dergelijke controles verzoeken het volgende te verstrekken:
a) de in artikel 34, lid 2, of in artikel 35, lid 2, onder a), bedoelde informatie;
b) in voorkomend geval en indien noodzakelijk, de schriftelijke gegevens van de door de bevoegde autoriteiten van dat derde land verrichte controles.
3. De Commissie kan deskundigen uit de lidstaten aanwijzen om haar eigen deskundigen tijdens de in artikel 57, lid 1, bedoelde controles bij te staan.