Art. 22 Fokkerijverordening, Methoden voor de verificatie van de identiteit

Verordening (EU) 2016/1012 (Fokkerijverordening)

1. Wanneer raszuivere fokrunderen, -schapen, -geiten, -paarden en -ezels worden gebruikt voor de winning van sperma voor kunstmatige inseminatie, vereisen stamboekverenigingen dat die raszuivere fokdieren worden geïdentificeerd door analyse van hun bloedgroep of met een andere geschikte methode die ten minste dezelfde zekerheidsgraad verschaft, zoals een dna-analyse.

2. Wanneer fokrunderen, -varkens, -schapen, -geiten, -paarden en -ezels worden gebruikt voor de winning van eicellen en embryo's, en wanneer fokvarkens worden gebruikt voor de winning van sperma voor kunstmatige inseminatie, kunnen stamboekverenigingen en fokkerijgroeperingen eisen dat deze fokdieren op basis van een van de in lid 1 bedoelde methoden worden geïdentificeerd.

3. Op verzoek van een lidstaat of een Europese vereniging voor fokdieren van de betrokken soort kan de Commissie uitvoeringshandelingen vaststellen ter goedkeuring van methoden voor de verificatie van de identiteit van fokdieren mits zij ten minste dezelfde zekerheidsgraad verschaffen als de analyse van de bloedgroep van die fokdieren, waarbij zij rekening houdt met de technische ontwikkelingen en de aanbevelingen van de referentiecentra van de Europese Unie als bedoeld in artikel 29, ICAR of de International Society of Animal Genetics (ISAG). Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 62, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Vorige artikelen

Volgende artikelen