Art. 6 Verordening (EU) 2016/1011, Vereisten inzake het controlekader
1. De beheerder beschikt over een controlekader dat ervoor zorgt dat zijn benchmarks in overeenstemming met deze verordening worden aangeboden en gepubliceerd of beschikbaar gesteld.
2. Het controlekader is evenredig aan het geïdentificeerde niveau van de belangenconflicten, de mate van keuzevrijheid bij het aanbieden van benchmarks en de aard van de inputgegevens voor de benchmark.
3. Het controlekader omvat:
a) beheer van operationele risico's;
b) passende en doeltreffende plannen voor bedrijfscontinuïteit en herstel in geval van problemen;
c) noodprocedures die gelden in geval van verstoring van het proces van het aanbieden van de benchmark.
4. Een beheerder stelt maatregelen vast:
a) om ervoor te zorgen dat contribuanten de in artikel 15 bedoelde gedragscode naleven en voldoen aan de toepasselijke normen voor inputgegevens;
b) voor het toezicht op de inputgegevens, met inbegrip van, waar mogelijk, het toezicht op inputgegevens voorafgaand aan de publicatie van de benchmark en de validatie van inputgegevens na de publicatie ervan, teneinde fouten en afwijkingen vast te stellen.
5. Het controlekader wordt gedocumenteerd, herzien en, waar nodig, bijgewerkt en beschikbaar gesteld aan de relevante bevoegde autoriteit en, op verzoek, aan gebruikers.