Art. 58 Verordening (EU) 2016/794, Opstelling van de begroting
1. Elk jaar stelt de uitvoerend directeur een ontwerpraming op van de ontvangsten en uitgaven van Europol voor het volgende begrotingsjaar, waarin een personeelsformatie is opgenomen, en hij zendt deze toe aan de raad van bestuur.
2. Op basis van die ontwerpraming stelt de raad van bestuur een voorlopige ontwerpraming vast van de ontvangsten en uitgaven van Europol voor het volgende begrotingsjaar en zendt deze elk jaar uiterlijk op 31 januari aan de Commissie toe.
3. De raad van bestuur stuurt elk jaar de definitieve ontwerpraming van de ontvangsten en uitgaven van Europol, die tevens een ontwerp van personeelsformatie bevat, uiterlijk op 31 maart toe aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie.
4. De Commissie zendt de raming, samen met het ontwerp van algemene begroting van de Unie, toe aan het Europees Parlement en de Raad.
5. Op basis van de raming neemt de Commissie de geraamde bedragen die zij nodig acht voor de personeelsformatie en de bijdrage ten laste van de algemene begroting, op in het ontwerp van algemene begroting van de Unie, dat zij overeenkomstig de artikelen 313 en 314 VWEU voorlegt aan het Europees Parlement en de Raad.
6. Het Europees Parlement en de Raad keuren de kredieten voor de bijdrage van de Unie aan Europol goed.
7. Het Europees Parlement en de Raad stellen de personeelsformatie van Europol vast.
8. De begroting van Europol wordt vastgesteld door de raad van bestuur. De begroting wordt definitief na de definitieve vaststelling van de algemene begroting van de Unie. Indien nodig wordt de begroting dienovereenkomstig aangepast.
9. Op bouwprojecten die aanzienlijke gevolgen kunnen hebben voor de begroting van Europol, is Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van toepassing.