Art. 51 Verordening (EU) 2016/794, Gezamenlijke parlementaire controle

Verordening (EU) 2016/794

1. Overeenkomstig artikel 88 VWEU wordt de controle van de activiteiten van Europol gedaan door het Europees Parlement, tezamen met de nationale parlementen. Dit neemt de vorm aan van een gespecialiseerde Gezamenlijke Parlementaire Controlegroep (GPC), die gezamenlijk door de nationale parlementen en de bevoegde commissie van het Europees Parlement wordt opgericht. De organisatie en het reglement van orde van de GPC worden vastgesteld door het Europees Parlement en de nationale parlementen in overeenstemming met artikel 9 van Protocol nr. 1.

2. De GPC houdt politiek toezicht op de activiteiten die Europol ontplooit bij het uitvoeren van zijn taak, mede wat betreft het effect van die activiteiten op de grondrechten en fundamentele vrijheden van natuurlijke personen.

Daartoe:

a) verschijnen de voorzitter van de raad van bestuur, de uitvoerend directeur of hun plaatsvervangers desgevraagd voor de GPC om vraagstukken te bespreken in verband met de in de eerste alinea bedoelde activiteiten, alsmede de budgettaire aspecten ervan, de structurele organisatie van Europol en de mogelijke oprichting van nieuwe eenheden en gespecialiseerde centra, met inachtneming van de zwijg- en geheimhoudingsplicht. De GPC kan beslissen andere relevante personen op haar vergaderingen uit te nodigen, indien gepast;

b) verschijnt de EDPS desgevraagd en ten minste één keer per jaar voor de GPC om, met inachtneming van de zwijg- en geheimhoudingsplicht, algemene aangelegenheden betreffende de bescherming van de grondrechten en de fundamentele vrijheden van natuurlijke personen, en in het bijzonder de bescherming van persoonsgegevens, in verband met de activiteiten van Europol te bespreken;

c) wordt de GPC geraadpleegd in verband met de meerjarenprogrammering van Europol overeenkomstig artikel 12, lid 1.

3. Europol legt aan de GPC ter informatie onderstaande documenten over, met inachtneming van de zwijg- en geheimhoudingsplicht:

a) dreigingsevaluaties, strategische analyses en algemene situatieverslagen met betrekking tot het doel van Europol, alsmede de resultaten van studies en evaluaties die door Europol zijn gelast;

b) de administratieve regelingen die op grond van artikel 25, lid 1, zijn gesloten;

c) het document met de meerjarenprogrammering en het jaarlijkse werkprogramma van Europol, bedoeld in artikel 12, lid 1;

d) het in artikel 11, lid 1, onder c), bedoelde geconsolideerde jaarverslag over de activiteiten van Europol;

e) het in artikel 68, lid 1, bedoelde, door de Commissie opgestelde evaluatieverslag.

4. De GPC kan andere relevante documenten verlangen die nodig zijn voor de vervulling van haar taken met betrekking tot de politieke controle op de activiteiten van Europol, met inachtneming van Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad (23), en onverminderd de artikelen 52 en 67 van deze verordening.

5. De GPC kan samenvattende conclusies opstellen over de politieke controle op de activiteiten van Europol en deze conclusies voorleggen aan het Europees Parlement en de nationale parlementen. Het Europees Parlement zendt deze conclusies ter informatie aan de Raad, de Commissie en aan Europol.

Vorige artikelen

Volgende artikelen