Art. 31 Verordening (EU) 2016/589, Programmering
1. De nationale coördinatiebureaus stellen voor de activiteiten van het EURES-netwerk in hun lidstaat jaarlijkse nationale werkprogramma's op.
2. In de nationale werkprogramma's staan:
a) de belangrijkste activiteiten die binnen het EURES-netwerk op nationaal niveau en, in voorkomend geval, in grensoverschrijdend verband moeten worden verricht;
b) de totale voor hun uitvoering toegewezen personele en financiële middelen;
c) de regelingen voor de monitoring, de evaluatie en, indien nodig, de actualisering van de geplande activiteiten.
3. De nationale coördinatiebureaus en het Europees coördinatiebureau krijgen de gelegenheid om alle ontwerpen van nationale werkprogramma's gezamenlijk te evalueren. Na de afsluiting van die gezamenlijke evaluatie worden de nationale werkprogramma's door de respectieve nationale coördinatiebureaus vastgesteld.
4. De vertegenwoordigers van de sociale partners op Unieniveau die deelnemen aan de coördinatiegroep krijgen de kans om zich uit te spreken over de ontwerpen van nationale werkprogramma's.
5. De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen de technische normen en formats vast die nodig zijn voor de uitwisseling van informatie over de nationale werkprogramma's op Unieniveau. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 37, lid 2, bedoelde adviesprocedure.