Art. 7 Verordening (EU) 2016/429, Beoordelingsparameters voor het opnemen van ziekten in de lijst
De Commissie gebruikt de volgende beoordelingsparameters om te bepalen of een ziekte voldoet aan de voorwaarden om overeenkomstig artikel 5, lid 2, te worden opgenomen in de lijst:
a) het ziekteprofiel, dat het volgende omvat:
i) de diersoorten die door de ziekte worden getroffen;
ii) het ziekte- en het sterftecijfer van de ziekte in dierpopulaties;
iii) de zoönotische aard van de ziekte;
iv) behandelingsresistentie, waaronder antimicrobiële resistentie;
v) de persistentie van de ziekte in een dierpopulatie of het milieu;
vi) de routes waarlangs en de snelheid waarmee de ziekte van het ene op het andere dier en, in voorkomend geval, van dieren op mensen overgaat;
vii) de afwezigheid of de aanwezigheid en verspreiding van de ziekte in de Unie en, als de ziekte niet voorkomt in de Unie, het risico van de insleep ervan in de Unie;
viii) het bestaan van middelen voor diagnose en ziektebestrijding;
b) de gevolgen van de ziekte voor:
i) de landbouw- of aquacultuurproductie en andere delen van de economie, wat betreft:
— de mate waarin de ziekte in de Unie voorkomt;
— het productieverlies ten gevolge van de ziekte;
— andere verliezen;
ii) de gezondheid van de mens, wat betreft:
— de overdraagbaarheid van dieren op de mens;
— de overdraagbaarheid van de ene op de andere mens;
— de ernst van de vormen van de ziekte bij de mens;
— de beschikbaarheid van een doeltreffende preventie of medische behandeling bij de mens;
iii) het dierenwelzijn;
iv) de biodiversiteit en het milieu;
c) de mogelijkheid om een crisissituatie te veroorzaken en het mogelijke gebruik bij bioterrorisme;
d) de haalbaarheid, beschikbaarheid en doeltreffendheid van de volgende maatregelen ter preventie en bestrijding van de ziekte:
i) diagnosemiddelen en -capaciteit;
ii) vaccinatie;
iii) medische behandelingen;
iv) biobeveiligingsmaatregelen;
v) beperkingen van de verplaatsing van dieren en producten;
vi) het doden van dieren;
vii) het verwijderen van kadavers en andere dierlijke bijproducten in dat verband;
e) de gevolgen van maatregelen ter preventie en bestrijding van de ziekte, wat betreft:
i) de directe en indirecte kosten voor de getroffen sectoren en de economie als geheel;
ii) de maatschappelijke aanvaarding ervan;
iii) het welzijn van de getroffen subpopulaties van gehouden en wilde dieren;
iv) het milieu en de biodiversiteit.