Art. 54 Verordening (EU) 2016/429, Onderzoek door de bevoegde autoriteit bij vermoeden van een in de lijst opgenomen ziekte

Verordening (EU) 2016/429

1. Wanneer een vermoeden bestaat dat een in de lijst opgenomen ziekte als bedoeld in artikel 9, lid 1, onder a), voorkomt bij gehouden dieren, verricht de bevoegde autoriteit onverwijld een onderzoek om de aanwezigheid van die in de lijst opgenomen ziekte al dan niet te bevestigen.

2. Met het oog op het in lid 1 bedoelde onderzoek zorgt de bevoegde autoriteit er in voorkomend geval voor dat:

a) officiële dierenartsen een klinisch onderzoek verrichten op een representatieve steekproef van de gehouden dieren van in de lijst opgenomen soorten voor de desbetreffende in de lijst opgenomen ziekte;

b) officiële dierenartsen passende steekproeven van die gehouden dieren van in de lijst opgenomen soorten en andere steekproeven nemen voor onderzoek in door de bevoegde autoriteit daartoe aangewezen laboratoria;

c) dergelijke aangewezen laboratoria verrichten laboratoriumonderzoeken om de aanwezigheid van de desbetreffende in de lijst opgenomen ziekte al dan niet te bevestigen.

3. De Commissie stelt overeenkomstig artikel 264 gedelegeerde handelingen vast met betrekking tot nadere regels ter aanvulling van de bepalingen inzake de in lid 1 van dit artikel bedoelde onderzoeken door de bevoegde autoriteiten.