Art. 32 Verordening (EU) 2016/429, Maatregelen in het kader van de verplichte en optionele uitroeiingsprogramma's
1. Uitroeiingsprogramma's omvatten ten minste de volgende maatregelen:
a) ziektebestrijdingsmaatregelen om de ziekteverwekker uit te roeien in inrichtingen, compartimenten en zones waar een ziekte voorkomt en om herinfectie te voorkomen;
b) bewaking die moet worden uitgevoerd overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 26 tot en met 30, ten bewijze van:
i) de doeltreffendheid van de onder a) bedoelde ziektebestrijdingsmaatregelen;
ii) het vrij zijn van de in de lijst opgenomen ziekte;
c) ziektebestrijdingsmaatregelen die moeten worden genomen indien de bewakingsresultaten bewakingpositief zijn.
2. De Commissie stelt, met het oog op de doeltreffendheid van de uitroeiingsprogramma's, overeenkomstig artikel 264 gedelegeerde handelingen vast met betrekking tot de volgende elementen:
a) de in lid 1, onder a), bedoelde ziektebestrijdingsmaatregelen;
b) ziektebestrijdingsmaatregelen om te voorkomen dat de betrokken dierpopulatie opnieuw met de betrokken ziekte wordt besmet in inrichtingen, zones en compartimenten;
c) de opzet, de middelen, de diagnosemethoden, de frequentie, de intensiteit, de betrokken dierpopulatie en de bemonsteringspatronen van de bewaking;
d) de in lid 1, onder c), bedoelde ziektebestrijdingsmaatregelen die moeten worden genomen in geval van positieve bewakingsresultaten voor de in de lijst opgenomen ziekte;
e) criteria voor vaccinatie, indien dit voor de betreffende ziekte of soort relevant en dienstig is.