Art. 278 Verordening (EU) 2016/429, Wijzigingen in Verordening (EG) nr. 1760/2000

Verordening (EU) 2016/429

Verordening (EG) nr. 1760/2000 wordt als volgt gewijzigd:

1) De artikelen 1 tot en met 10 worden geschrapt.

2) Artikel 22 wordt vervangen door:

„Artikel 22

1. De lidstaten nemen de nodige maatregelen om de naleving van deze verordening te garanderen.

De betrokken controles staan los van de controles die de Commissie op grond van artikel 9 van Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 kan uitvoeren.

Sancties die door de lidstaat worden opgelegd aan een exploitant of een organisatie die rundvlees in de handel brengen, moeten doeltreffend, afschrikkend en evenredig zijn.

2. In afwijking van het bepaalde in lid 1 eisen de lidstaten, wanneer exploitanten en organisaties die rundvlees verhandelen rundvlees hebben geëtiketteerd zonder inachtneming van hun in titel II vastgestelde verplichtingen, naargelang het geval en in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel, dat het rundvlees uit de markt wordt genomen. Naast de in lid 1 bedoelde sancties, kunnen de lidstaten:

a) als het betrokken vlees voldoet aan de toepasselijke veterinaire en hygiënische voorschriften, toestaan dat dergelijk vlees:

i) in de handel wordt gebracht nadat het correct en in overeenstemming met de vereisten van de Unie is geëtiketteerd, of

ii) rechtstreeks wordt verzonden voor verwerking tot andere dan de in artikel 12, punt 1, genoemde producten;

b) de opschorting of intrekking van de erkenning van de betrokken exploitanten en organisaties gelasten.

3. Deskundigen van de Commissie, in samenwerking met de bevoegde autoriteiten:

a) gaan na of de lidstaten de bepalingen van deze verordening naleven;

b) verrichten controles ter plaatse om na te gaan of de controles overeenkomstig deze verordening worden uitgevoerd.

4. Indien op het grondgebied van een lidstaat een controle ter plaatse wordt uitgevoerd, verleent die lidstaat de deskundigen van de Commissie alle medewerking die deze deskundigen bij het verrichten van hun taak nodig kunnen hebben. De controleresultaten worden met de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat besproken voordat er een eindverslag wordt opgesteld en verspreid. Indien nodig bevat dit verslag aanbevelingen aan de lidstaten voor een betere naleving van deze verordening.”.

3) Artikel 22 ter wordt vervangen door:

„Artikel 22 ter

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1. De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel vastgestelde voorwaarden.

2. De in artikel 13, lid 6, artikel 14, lid 4, en artikel 15 bis bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een periode van vijf jaar met ingang van 20 april 2016. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.

3. Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 13, lid 6, artikel 14, lid 4, en artikel 15 bis bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Een besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4. Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

5. Een overeenkomstig artikel 13, lid 6, artikel 14, lid 4, en artikel 15 bis vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.”.

4) Artikel 23 wordt vervangen door:

„Artikel 23

Comitéprocedure

1. Voor de uitvoeringshandelingen die overeenkomstig artikel 13, lid 6, van deze verordening worden vastgesteld wordt de Commissie bijgestaan door het bij artikel 58, lid 1, van Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad ingestelde Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders (*3).

Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad (*4).

2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

Wanneer het advies van het comité via een schriftelijke procedure dient te worden verkregen, wordt die procedure zonder gevolg beëindigd indien, binnen de termijn voor het uitbrengen van het advies, door de voorzitter van het comité daartoe wordt besloten of door een gewone meerderheid van de leden van het comité daarom wordt verzocht.

(*3) Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1)."

(*4) Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).”."