Art. 262 Verordening (EU) 2016/429, Noodmaatregelen die de lidstaten moeten nemen indien de Commissie niet optreedt
1. Indien een lidstaat de Commissie verzoekt noodmaatregelen te treffen overeenkomstig artikel 261, en de Commissie dit niet heeft gedaan:
a) kan die lidstaat in afwachting van de vaststelling van noodmaatregelen door de Commissie overeenkomstig lid 2 van dit artikel op tijdelijke basis één of meer van de in artikel 260, onder a), bedoelde noodmaatregelen treffen voor de dieren, producten, vervoermiddelen en andere materialen die in contact kunnen zijn gekomen met deze dieren en producten, afkomstig uit het in artikel 261, lid 1, bedoelde derde land of gebied, afhankelijk van de ernst van de situatie op het grondgebied;
b) stelt die lidstaat onverwijld de Commissie en de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten in kennis van deze noodmaatregelen, onder vermelding van de reden waarom deze maatregelen werden vastgesteld.
2. De Commissie beoordeelt de situatie en de door de betrokken lidstaat overeenkomstig lid 1 getroffen noodmaatregelen en zij stelt, indien nodig, door middel van een uitvoeringshandeling één of meer in artikel 261 bedoelde noodmaatregelen vast.
Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 266, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
3. Om naar behoren gemotiveerde dwingende redenen van urgentie die verband houden met ernstige risico's, stelt de Commissie volgens de in artikel 266, lid 3, bedoelde procedure onmiddellijk toepasbare uitvoeringshandelingen vast.