Art. 26 Verordening (EU) 2016/429, Bewakingsplicht van de bevoegde autoriteit
1. De bevoegde autoriteit verricht bewaking ter opsporing van de aanwezigheid van in de lijst opgenomen ziekten als bedoeld in artikel 9, lid 1, onder e), en van relevante nieuwe ziekten.
2. De bewaking wordt aldus opgezet dat de aanwezigheid van in de lijst opgenomen ziekten als bedoeld in artikel 9, lid 1, onder e), en van nieuwe ziekten tijdig wordt opgespoord door het inwinnen, vergelijken en analyseren van relevante informatie betreffende de ziektesituatie.
3 De bevoegde autoriteit maakt, indien mogelijk en passend, gebruik van de resultaten van de bewaking door de exploitanten en van de informatie die via diergezondheidsinspecties is verkregen, overeenkomstig artikel 24 respectievelijk 25.
4 De bevoegde autoriteit zorgt ervoor dat de bewaking voldoet aan de voorschriften van artikel 27 en in alle krachtens artikel 29, onder a), vastgestelde regels.
5. De bevoegde autoriteit ziet erop toe dat de via in lid 1 bedoelde bewaking verkregen gegevens doeltreffend en efficiënt worden ingewonnen en verwerkt.