Art. 248 Verordening (EU) 2016/429, Voorwaarden voor niet-commercieel verkeer van gezelschapsdieren van de in deel B van bijlage I vermelde soorten

Verordening (EU) 2016/429

1. Voor zover de Commissie op grond van artikel 252, lid 1, onder b), gedelegeerde handelingen betreffende gezelschapsdieren van één van de in deel B van bijlage I vermelde soorten heeft vastgesteld, is het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren van die soort van een lidstaat naar een andere lidstaat onderworpen aan de naleving van de in lid 2 van dit artikel genoemde voorwaarden.

2. Het verkeer van de in lid 1 genoemde soorten gezelschapsdieren van een lidstaat naar een andere lidstaat is alleen toegestaan, indien zij:

a) hetzij individueel, hetzij via groepsidentificatie geïdentificeerd of beschreven zijn overeenkomstig de op grond van artikel 252, lid 1, onder a), aangenomen bepalingen;

b) voldoen aan de desbetreffende op grond van artikel 252, lid 1, onder b), aangenomen preventie- en risicobeperkingsmaatregelen in verband met in de lijst opgenomen ziekten als bedoeld in artikel 9, lid 1, onder d);

c) vergezeld gaan van een naar behoren ingevuld identificatiedocument dat is afgegeven overeenkomstig de krachtens artikel 254, onder d), vastgestelde regels.

3. Zolang de in lid 1 bedoelde betrokken gedelegeerde handelingen niet zijn vastgesteld, kunnen lidstaten nationale regels toepassen op het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren van de in deel B van bijlage I vermelde soorten naar hun grondgebied uit een andere lidstaat, mits die regels:

a) zodanig worden toegepast dat zij in verhouding staan tot het risico voor de volks- en diergezondheid dat het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren van deze soorten met zich meebrengt, en

b) niet verder gaan dan die welke op het verkeer van dieren van die soorten overeenkomstig deel IV worden toegepast.